|
Groeischeut oranje [SFE 2005/3 - binnensmondse verwensing aller haatkwakende populisten in de zompige achterkwartieren van Europese gemeentelokalen, inzonderheid zij die bij onze noorderburen wensen misbruik te maken van de identiteitscrisis die aldaar is ontstaan, in de openbaarheid gebracht door enkele bijzonder laffe, politiek geinspireerde moorden, het afbranden van scholen & andere wandaden] Je zoekt in vliezen, op het lillen van een tong (of waar je van de puntje puntje puntjes uitschuift in een oordeelsvorm) een parallelle noodbezweerder (nood, nood, nood), één, die met de moed & wanhoop der waanzinnigen in de ongekuiste hoekjes van de kamers die je platwoont spiegelschilfers los wil weken, vuur bouwen, zee stoken & goud brouwen. Een wonderlijke wens, ik zie de bui al bloeden. Nu ja, geschiedenis verzwijgt het heden & de eik hierbuiten herfst nu ook al wel een maand voor ik het zag & zie: in de bewogen stilstand van ons aller ondergang is er volop iteratie aan de gang, & waar je van de kruisen stukjes lijk afpulkt, is zo weer plaats voor waarheid, vrijheid, moord & hoogbeknepen lijdenssdrang. Je zoekt & wenst & voelt in vliezen, op het lillen van een tong een waarheidskus, het einde van je onheilstijden, & hakt & kerft in lichaamsvlees alsof die massa naar een oorsprong wees, een oord waar al het zwarte huilen tot het zachtere ruisen van je bloed in broze oren is gesmoord. Je wil & gaat ten einde raad je lange dagen als een voetbalmatch per frame bevriezen, & op zondag in je winkelstraat alleen met straat & steen de stilste prent uitkiezen, schoonheid met een zweem van naakt op maat, zo krakend knap dat het je onverschillig laat. Je vind je einde wel, al is het in de laatste overmaat terwijl er weer & net in jouw afwezigheid met jou & hem of haar & rond het niets aldaar de tijd een nieuwe dans begon: met zulke vreemden ben je likkend aan je navelwonden als kijkdoos, wensbreuk, staafjeswichelaar een laag op laag op laag vergeefs bepleisterde bouwval, een machinaal verworpen kopbestand op een los gevlochten takkenmand, ogen- schijnlijk levend in een onzichtbaar hoog verband, je lege huid evenwel waarin die woeste mond zich roert een met wildgroei van oneigenlijke cellen bestreken overjaars stuk vel, in flarden gedrapeerd rond een scheut oranje, wolkjes malend eventjes in een grijs bedorven, brakke regenplas, de onbestaande natie, het fatsoen dat je naar eigen schreeuwen doods & lelijk was. … bestand gewijzigd op: 28/10/04 – 13/12/04 – 9/04/05 - 6/05/05 …
08-05-2005, 01:25:49 dv
|