Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende in. Het dons in zal ik vallen van de eindeloze velden der golvende trilharen, zo dat onder mijn luttele gewicht nauwelijks zich buigen zullen de microvilli, zo dat mij opstulpen moeiteloos de pseudopoden & ik in het onooglijke vervlinder, pluripatisch het klemmende bereik der vorkende kennis uitfladder, mij vrij van zin in de schemerzone tussen woord en stof verhul. Niet langer zult gij mij noemende berichten kunnen, niet langer zal mijn naam uw roepen richting geven. Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende uit.
Tot u mij zwelgt zal ik uw lichaam penetreren. Geen centrifuge zal mij dan nog deren. Geen 5 miljoen omwentelingen per seconde Zullen dan volstaan om mij nog van uw hart Te scheiden. In deze nietigheid zal ik Oneindig lang & pluriform in u bestaan. Geen memoreren zal substantie in mij vinden. Geen distinctie zal een meternaald doen uitslaan. Geen kleur heb ik, geen ruimte nog zal ik beslaan. Mijn woord zal in uw aders hydrofobisch kolken. U kan uzelf niet zonder mij nog situeren. Tot ik u ben zal ik uw lichaam penetreren.
Waar gij dwalende uzelven zoekt zult gij mij vinden. Op markten waar gij stof aan stof houdt met een onverschil Van kleur & weving, in gaanderijen die gij hopeloos Om duiding kretend hijgende doorjaagd zonder doel, Op schermen die u leiden van uw onrust naar de onrust om uw dood, bij het naken daarvan in uw laatste woord wanneer de zin zich scheiden zal van klank en letters wanneer het pure rede lijken aanvang neemt & schijn zich in de verste melodiën gaat verschuilen voor het kwijnt & smelt wat u van mij verwijderd houdt, wanneer de muur waarop gij uzelf & mij tot manend woord verschrijft, Wanneer gij lezende uzelven schrijft, zult gij mij vinden.
Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpend in. Het dons in zal ik vallen van eindeloze velden golvende trilharen, zo
dat onder het luttele gewicht van hoe ik mij hierin vernanometerend oefen nauwelijks buigen de microvilli, zo
dat mij opstulpen moeiteloos de pseudopoden & ik in het onooglijke vervlinder, pluripatisch de klemmende wetten der gevorkte kennis uitfladder & mij in de a die ik fluister van de adhesie die mij aan een plasmalemma hecht, in wat slechts ik nog uiten kan van hoe geen raster dit vermag te fnuiken, mij daar voor uw volle woord onnavolgbaar verhul. Niet langer dan zult gij roepende mij noemen kunnen, niet langer zal mijn naam uw roepen valideren. Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpend uit.
[Ondertussen in Rusthuis De Vooruit]
Alleen overtuigend mijn liefste ben ik hier niet , zegt er één & dit huis waar het lege gejammer van afdruipt haast, ruist met velourse doeken voor befakkelde spelonken waarin de geesten rondwaren van oeroude goden.
Waar ter instructie van het algemeen nut stortbeton instorten wil de instructeur van het algemeen nut, dit evenwel louter in opdracht van de directeur van het uitvoerend comitee van het Derde Decreet van
Algemeen nut. Het Niets, ocharme, niet. Wat niet het Niets? Stro Niet het niets op de plafondbalken van uw TuinTerras tuinterras van de firma TuinTerras®.
Zwijgt Jef, ge zijt een zeveraar en een dronkaard. En gij Marie gij zijt een oude, droge pruim met groene & purperen korsten op.
Je moet er maar ’s op letten, oppert een ander, als je begint af te tellen kom je elke keer weer uit bij het enige al dat ons eeuwig openstaat, de deur
is altijd de deur met de vergulde klink naar de deur die in aanlokkelijk rood significant zwart postgleuft naar de simplexe deur genummerd nul. O, ach zo, valt een derde de zucht van kengetal 4 bij, de hogere reeks in het vlak pensioengerechtigheid. Dan is het
gedurende langere tijd
stil. Alleen, zegt er één, ben ik hier overtuigend niet, mijn liefste &
IzeGANz:
Tot u mij zwelgt zal ik uw lichaam penetreren. Geen centrifuge zal mij dan nog deren. Geen 5 miljoen omwentelingen per seconde Zullen dan volstaan om mij nog van uw hart Te scheiden. In deze nietigheid zal ik Oneindig lang & pluriform in u bestaan. Geen memoreren zal substantie in mij vinden. Geen distinctie zal een meternaald doen uitslaan. Geen kleur heb ik, geen ruimte nog zal ik beslaan. Mijn woord zal in uw aders hydrofobisch kolken. Tot ik u ben zal ik uw lichaam penetreren.
VASTE LINK Vlucht in overeenstemming met dit woord
16/4
Er. Daar. De woordbreuk: die bibberlip die spuughuig die blaaskeel die longdrift dat tongsplijten van wind in de wind.
Dit verhaal bekomt hem stilaan als een meshaal, standhouden wordt knap lastig als de klank & de zin als koedarmen uit koebuiken zijn ik uitvallen.
Een kwak sjanker op tafel, een niet-aangesloten serie singulariteiten: Izeganz met een resem foutmeldingen op het scherm getiteld 'Mijn Herinneringen: Opties'.
Willie de Waal rekt plofjes knokelgas uit zijn lange vingergewrichten. Daar. Er
Want wit leest uw ik mijn bestanden met het wit van de pit in de noot & duidelijk licht in deze documenten is er dat oplicht het pad naar onze pijne, pijne dood.
Neen Maria (maria, overigens, Welk een lied gij toch ligt Te kermen, uw gebeente kantig verstorven Blaakt in de zon bij de liertonen Tot het hertegewei dat blaakt in het schijnsel Der vuurtongen op de pels voor het haardvuur Waar Vlaamsch leven in zit, met dus Het gekende ranzige randje aan, de
Goud-gelige schoonheid van ikzegmaarwat M.B. Ledegouwer bijvoorbeeld Met het weifelend weeë groen ook Van uw grimas op het glas gebrand Waar de azure wijn kostbaar in klotst, die ook al uit U loopt waar u zit, waar het u waart Dat u was, want eeuwig, is dus, een isis u is Maar dan bij horus tochietwat gerimpeld) :
Dit is geen gedicht. Het is Vrijdagavond & ik Rammel maar wat.
de bloemen de bloemblaadjes in hyperfijne rafels gereten de insecten de schildjes/vleugeltjes/pootjes/slijmkliertjes tot een grijsgroen papje gestampt de bospadden zwijgen we de kinders zijn nog wakker.
Hier? Hier.
Uit het Bos? Uit het Bos.
Het Pad? Platgelopen. Naar de klippen? & de haaien.
Weidt hij al in/uit ?Ziet hij er lief uit? Hoelang? Zijn er voorbijgangers? Waar moet ik aanschuiven?
Op de Boulevard des Alliées versmelten de manhaftige Geschenkenshoppers asfaltig tot het KopersBlok. Messcherp & pijlsnel doorvlijmen vanuit zwartlederen etui's de kredietkaarten de Banksysspleten. Het ratelt euro's, de euro ranselt de dollar van de koersborden.
Krepeer toch wat sneller, gij loze Afrikanen, want aan de andere kant van de stad vervlechten zich alreeds de kordate Strijders voor het Behoud van Werk en Gratis Sex tot het Ekstatisch Jobfront. De stad davert, de eisen overstelpen, wagens rijden volks het volk in.
Dan haalt het KopersBlok uit met een hartverscheurend Levend Verslag van het Niet-Vijfvoudig Bekerstgeschonken Kind. Balancerend op de rand van het Moreel Toelaatbare staat het Kind afgebeeld met in de trillende hand 1 van 2 loopstelten. De deuren der ondergronds-volzette parkeergarages kletteren van verontwaardiging, het stadscarillon zwijgt veelbetekenend.
De goden snellen stilzeisend door de lucht. Aders verklonteren. Weer donkert het leven blauw & bloedeloos boven de versteende nevelen.
VASTE LINK Méér pladijs visvogelt de pladijsvis pladijs
20
Op de kerfstok stilaan komt ingeharkt met de souplesse der haarlijnen boven de froufrou van Elsie, de breedboezemige waardin van Het Kerkhaantje het Spreekverbod. Hoe die de einder inkronkelen, zo steunt ons de bladspiegel misplaatst, is onbegrijpelijk. Kome onherroepelijk de doodsprentjesdrukkerij Doodsprentjesdrukkerij Willie & Zn, van Willie De Rietwiegewaal. De toog is dan wel van hout, op Delftse tegeltjes knalt platbuikig zijn pladijs met een laagje verstervingsslijm alreeds de plassen Bols* wijds open. Legt in vóór het wielknarren der doodskar die zang, zo eist het gehoor.
Kalkeert, zo knikt Izeganz in, vrijelijk Ulieden deze klank, die is bladloos gebaard & ter inzetting :
De vogels verzingen de vogels de zon uit ons boven & blauw uitkrast blauw, vink vinkt vinken uit. Lepelbekken vismijnerig willen de Rus mij uitrooien, uit zijn verschansing in kubus uitpletten, het Vlak op der Future Vlaklijners. Trouw niets! De mus klikt spaan & de bruutFuut met z’n meid Merel zijn zwarten, letterbekken, allemaal.
O Filonoemeaatje Krulhaar wollig bewinterkleed & kwabberkontig ter koude voorzien: heft nog bij het rotten der netten de heftige lijmstok & schiet knal uw schietknallers tot pal staat dit zwijgen syntactisch, tot is als een washetditmaar dit zwijgen het leven gelijk & finaal. Voetnoot noot nieuwe Voetnoot, wees sprekend uw moedere, glij
tragies onder polmanen beschijnboot & de dag marcdingend de glijnoot einde in, rondt pauzerig deze zangklank nieuwe zangklank af:
(kuisvrouw huren om wit uit regelneuzen te pulken).
Bols: Gelieve mij te contacteren op dv@_geenSpeeksel_vilt.net voor een update van de productplacementtarieven
Dauw ligt over het zilvermerige rendiermos. De mol schuilt in het hol. Er krispelt iets nieuws in haar leven: men hoort het naaldwoud ruischen. Dit is het pad van de wenende nacht. Get used to it.
Zendmasten schieten onderaardse lezers de hoogte in. Steenrotsen zaaien zich uit over de vlakte tot deze de vlakte is der uitgezaaide steenrotsen. Het HemelNet sta ons bij: dit is het land van Dijlekwijl. Daar stuiven al weg in de gestremde tranenstroom ettelijke elfjes, met blauw-doorschijnende kleefvleugeltjes aan hunne prille lijfjes. De Ploert Poevark nieuwe Ploert wees sprekend uw moedere, dient alras in bedwang gehouden te worden en zoals men weet kan dat in het land van Dijlekwijl al wel's moeilijk zijn. Er is evenwel geen bladzijde voorzien om hier op uit te wijden, de klanken der volgende stem zijn al streamende en het hier is ook al grotendeels afwezig.
Dit dus, spraken de Kesselse bergen, onderwijl de grond in het hart treffend met een vette bruine, is het pad van de wenende nacht. Als een zwart vlak komen onder onze wortels her en der de stenen platen van de stenen te voorschijn, opperde de Slenger-klümpf. Ach klump, sprak Ons Tante prozaisch, het is wellicht daarom dat het stenen zijn. De dialoog dreigde te verannpetersen, werd van hogerhand vroegtijdig afgebroken. Nergens is nog een thuis thuis zoals thuis thuis kon zijn thuis. Dit dus, verzuchtten de lezers terwijl zij in hun richtingloze afgeschotenheid verdwaasd de schermdiepten indoken, is het pad van de wenende nacht.
Het pad is niet eens van de gebruikelijke doorlinkfunctionaliteit voorzien, kloegen zij zwartgallig. En een printknop eisten zij nog daarbij, want aan het hoofd hadden zij het druk. Dit, evenwel, beaamde in den treurnis de herhaling zelve, is het pad van de wenende nacht.
Zo is het, spraken de donkere lichamen, uitgerukt voor de laatste grote netwerkOorlog www-II nieuwe netwerkOorlog wees sprekend uw moedere! Zelfs bij de meest nauwlettend bethreadde instantiering kent elke netwerkoorlog haar eigen grillen, methoden en constructuele tekortkomingen. Treuren evenwel is van Mars-Plastic, gelieve te kneedgommen.
En ziet, zo gebeurde: het vlak Vlak I nieuwe vlak wees sprekend uw moedere, strekte zich thans onverholen voor ons uit. Het leek wel zin te hebben in een flinke kleerafscheurige bemaanbottende bewandeling, waarvoor onze oprechte excuses. Het woord onverholen ook was nog herstellende van ene hevige opstrijk de nacht tevoren, zodat het helaas ook hetzelfde datapakket insijpelde waar ook de karakterrollen mol en hol inscholen, bij de dauw over het zilvermerige rendiermos, dan nog wel.
Oorspronkelijke tekst uit 'Zangezi' van Velimir Chlebnikov, oud-russisch woordpiraat, in de voortreffelijke vertaling van Aai Prins, Amsterdam 2000, ISBN90-801544-9-0:
Bergen. Boven een veld verrijst een ruige rechte klip als een ijzeren naald die onder een vergrootglas is gezet. Als een staf tegen een muur staat de klip tegen een loodrechte steilte van met naaldbomen begroeide steenrotsen. Met de grootste van deze steenrotsen wordt de klip verbonden door een brug - een overloop van rotsblokken die als een strohoed op het hoofd van de klip zijn gerold. Dit is de lievelingsplek van Zangezi. Hier is hij iedere morgen en leest hij zijn liederen. Vanhier preekt hij voor mens en bos. Naast hem staat, onstuimig spetterend met zijn donkerblauwe naaldengolven, een hoge spar en bedekt een stuk van de klip alsof hij zijn vriend is en over zijn rust waakt.
Als een zwart vlak komen onder zij wortels hier en daar stenen platen van de grootste rots te voorschijn. Wortels winden zich in lussen om de uitstekende hoeken van stenen boeken van een onderaardse lezer. Je hoort het naaldwoud ruisen. Dauw ligt over het zilveren rendiermos. Dit is het pad van de wenende nacht.
Zwarte levende stenen staan tussen de stammen als donkere lichamen van reuzen, uitgerukt voor de oorlog.
Verklarende noten :
zilvermerige: Het Zilvermeer is een bekend recreatief domein in Mol Er krispelt iets nieuws in haar leven: uit een veelvertoonde reklame voor ontbijtgranen (Er is iets nieuws in haar leven) Het HemelNet : dit is een blog bij de firma (Engels, 2 woorden), een Belgacom-dochter Dijlekwijl: Leuven, en dus ook Kessel-lo, ligt aan de rivier De Dijle elfjes: jonge lolita-achtige meisjes die op in verlegenheid brengende wijze seksueel aantrekkelijk zijn terwijl daadwerkelijk seksueel contact moreel en strafrechterlijk hoogst laakbaar zou zijn. Bij uitbreiding werd de term o.a. (ik dacht dat het Paul Snoek was, maar het kan ook Daniel Robberechts wezen of iemand anders) ook wel 's gebruikt om zeer jong vrouwelijk schoon aan te duiden dat op cocktailavonden ingezet wordt om de gasten te behagen ("De elfjes waren eerder twaalfjes") Ploert Poevark nieuwe Ploert wees sprekend uw moedere:deze en soortgelijke zinssneden stammen uit het taalgebruik in de Java programmeer taal. Daar wordt een programmatorisch object (bv. het object message) alsvolgt wordt geinstantieerd: Message myMessage=new Message(); Het oorspronkelijke object Message is een vooraf gedefinieerde functie waarvan vanaf dan in het programma een benoemde instantie (myMessage) beschikbaar is. Het object heeft dan een geheugenruimte toegewezen gekregen. Ik gebruik hier het verhaal, de zich als literatuur voordoende tekst, metaforisch als programma, telkens ik een nieuwe object in het verhaal inbreng dien ik dat volgens de mij zelf-opgelegde regels te instantiëren. Jaja, dat is vergezocht, en ja, inderdaad, ik denk dat dit soort nonsens 'zin' heeft, hier, nu. Net hier, net nu. streamende: van filmpjes of grotere afbeeldingsbestanden op internet zegt men dat ze gestreamd worden als ze dusdanig over datapakketen verdeeld worden dat ze geleidelijk door de gebruiker kunnen worden ontvangen en toch hun gegevensintegriteit behouden. Kesselse bergen: zichtbare resten van de oude kustlijn in Kessel-lo die daardoor een typerende begroeing en rotslagenpatroon vertoont doorlinkfunctionaliteit: d'r zitten geen links in, een zware zonde in blogland, ik ben er mij pijnlijk van bewust netwerkOorlog www-II: het internet zoals we dat nu kennen, mét XML, Blogs, feeds, de hele object-georienteerde semantisch-ontologisch rimram (let op: ontologisch wordt hier als technische term gebruikt en zou niks te maken hebben met de filosofische Zijnsleer als dusdanig) wordt wel 's WWW 2.0 genoemd Vlak I: Chlebnikov heeft zijn Zangezi verdeelt in Vlakken. Op merkwaardig congruente wijze is de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende verdeelt in plateau's. Mars-Plastic: een type gom van het merk Staedtler. Veel in het potloodtekenen geoefende mensen verkiezen kneedgommen omdat die geen vegen maken op het papier. Écht waar. bemaanbottende: ik las verleden week in de Knack dat de zgn. Moonboots weer helemaal in zijn
Bon, deze verklaring vertoont wellicht nog enkele hiaten, maar met uw ieders goedvinden - en helaas ook bij ontstentenis daaraan, ga ik nu terug over tot de orde van de dag, waar het zoals de Grote Mensch W. Swennen al zei, eerder de gebiedende zegswijze "Nie Kloage, Nie Oitlegge" van toepassing is.
Netwerkconnectie tube nieuwe Netwerkconnectie wees sprekend uw Moedere; Tube tubeer:
Het gedicht werd ons neergekwakt in klanken, opdat een onweer uit de hemelen losbarsten kan. De druppels klank verhouden zich tot hun klankcontainers als de befaamde Constante Vrouw uit een kantersteense vertelling zich verhouden kan.
Tot heer Euler, dan, vraagt ons de kijklichtluisteraar Lezer nieuwe lezer? Neen, antwoorden ons de klanken & het kader schuifelt voet: niet gehuwd is zij met Heer Euler, noch bekend in het gemene rond. De kantersteense vertelling is opgetrokken uit woorden, als een gebouw uit bouwelementen. Deze elementen worden afgescheiden door minuscuul ongedierte, van verschillende omvang en geaardheid. Een metavertelling of autonoom bestroomlijnde voeding, terdege geventileerd en van driewegsschakelaars voorzien zal
op specifieke wijze,
volgens eigen godhebberigheid en
statutair naar eigen verdienste genetwerkt
de vertelling in goede banen lijnen. Stippel dit. Het bevoelhoornige, slijmgeharnaste leedpotige uitslaan van de decibelaire lyriek evenwel is van een gans andere orde. Sta mij toe dit te verduitsen. Untsoweiter. Eén ieder is vrijheid van winkelkassa verleend. De hemel speekselt zich ( eng.: feel ) een fluim van de eerste orde: zwemt zij de klank in der afzonderlijke gedichten, toch is zij ontologisch-prioritair eerst aan het issen. Zo ook Nicole Fopman: ze lijkt op een beeldhouwwerk dat is opgetrokken uit rotsblokken van verschillende kleur en soort, het lichaam een wit-mager gesteente, de borstomtrek en paginering blauw en de ogen reddeloos opaal tot ronduit zwart. Een vertelling door uilen gekoekoekt, vol fladder en tetter waarop de hand echter manhaftig in loze witglans uitschuift. Metavertellingen zijn de transformatoren van een slapper net, waar de stroomsterkte-netafmeting verhoudingseigenwaarde aantoonbaar een fractie bedraagt van die der dichtkwaksels. Bij wijze van rotsblok gebruike de bevolièrde kwinkeleer dan ook geen verhalen, laat staan woorden, maar het gezegde dat finaal van de eerste orde is.
Verklarende Noten:
kantersteense vertelling: In de Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer heb je The man of Law's Tale over de Standvastigheid van ene Constance. De Canterbury Tales is een beroemd voorbeeld van de raamvertelling waarbij verschillende verhalen samengebracht en gehouden worden door een omkaderende vertelling.
Euler: "Read Euler, read Euler, he is a master for us all", enfin, dat is tenminste wat Laplace beweerde over Leonard Euler
decibelaire: een naar het pleonastische neigend neologisme van decibel+ het franse air, lucht
zich ( eng.: feel ) : Ik denk op de Contrabas-website las ik onlangs dat het dichterlijke (& overdadig, disons Faveresk) gebruik van het reflexieve 'zich' in de Engelse taal zijn pendant heeft met een overkill aan 'feel'. Maar in welk artikel was dat ook alweer? Ach, het is allemaal zo vreselijk teveel, niet?
Een vertelling door uilen gekoekoekt, vol fladder en tetter : Een allusie op een citaat uit Macbeth van Shakespeare (het leven als 'A tale told by an idiot full of sound and fury signifying nothing') Da's zowat het enige citaat dat ik letterlijk kan onthouden, de rest van wat ik lees of las desintegreerd stante pede tot dit soort monstreus gewauwel, een 'iets' dat je bij gebrek aan beter maar dv-drab dient te noemen, i suppose. De vogels, overigens, figureren hier voorbereidend op de eerste zang van Chlebnikov's Zangezi.
Bij Sun zijn ze nu blijkbaar ook wakker geschoten. De nieuwe JRE-updates willen u, na deskundig met enige aandrang gepushte installatie, hier krijgen, met aldaar reclame voor de Sims-achtige virtuele community gadgets hierboven. De Java-stal is natuurlijk ook nog een niet te verwaarlozen machtsblok, verder bouwend op de vroege successen van het object-georienteerde denken. Van verder bouwen in de strikte zin is natuurlijk geen sprake: het systeem loopt, het moet her en der wat bijgestuurd, maar de generaties volgen elkaar op. Meedogenloos. Software-ontwikkeling is een evolutionair proces dat beheerst wordt door evolutieve wetten, waarvan sommigen zich meester wanen, effen. Crazy, natuurlijk.
Maar er moet natuurlijk hoedanook aan het marktaandeel gewerkt worden, de basis van de voedselpyramide. Netwerkers dienen tijdig aangemaakt en aan de koffietafel gekluisterd.
Wat is een netwerker? De netwerker is een huidskleur, een haarstijl, een jas, een animatie en een slagzin, plus nog wat prullen, maar daarvoor moet je wel dokken eerst. Aldous Huxley was echt wel een looser. De nieuwe wereld is een koele hybride van totalitaire fun en blinkende afgeborsteldheid. Zó hard mis, die Hux.
Jean Dubuffet schilderde indertijd schilderijen - stel u voor, het geklieder - daarbij bewerende dat zijn schilderijen een excuus waren om zijn gedachten te trainen, en dat aldus het Zijn en het denken op materiële wijze identiek werden. Hier, in de blogosfeer, wordt geen denken aangereikt, maar worden de benodigde automatismen erin gestampt. Berichten? Waar is je titel dan, flopdrol? En dan die faunaboekjes-vragen tot je met behulp van meerkeuzelijsten je bericht al quasi in mekaargefloept hebt, want dat typen is toch ook maar een virtuele vorm van geklieder met letters, niet?
Naar wie bericht je overigens? Wie post er hier wat?
Uit dit alles spreekt de nu al klassiek-traditionele minachting van het globale programmatorische denken voor de Gebruiker, die fuck-up klerelijer die alle programma's om zeep helpt als je haar niet de pap in de mond kwakt. Wie maakt zich daaraan schuldig? Wij natuurlijk, wij minachten onszelf, zoals we ook onze poëzie maar niks vinden en eigenlijk het liefst van al heel de boel maar zouden afzetten, de plug trekken, jeweetwel dat lekker spannende Einde waar ieder zo geil van wordt.
De potentie van de IT-revolutie: niks potentie creëren: potentie meten en ze zelf op Bewaren laten klikken. Leuk toch? Ach zo dit is maar voor de kinders, oh sorry ik overdrijf natuurlijk
Een huidskleur, een huis, een job untsoweiter. Je niveau kan je afmeten aan het totale beschikbare schermoppervlak in de stulp die je huurt van de bank. Sjonge, wat heb ik er toch weer het zeur in de laatste tijd.
Nu, echt loos gekanker is het niet, want het zou anders kunnen, en als het anders kan en dat 'anders' is volgens een meerderheid aan meningen béter, dan zouden we dat eigenlijk moeten nastreven. Waarom we dat niet doen is niet een raadsel, het is een logisch gevolg van dit soort zichzelf aanzwengelende, eenvormigheidszoekende systemen. Het voldoet aan onze verwachtingen, dus de Gebruiker gebruikt, dus de Zaak bolt. Als de Zaak bolt is er Vooruitgang, als er vooruitgang is, is er Geloof, als er geloof is, hebben we een Zaak. O Zaak onzeZaak nieuwe Zaak.
Het rebellerende Haantje, ondertussen, mag zich op kosten van de Zaak te buiten gaan in de daartoe voorziene Weidse Ren, opdat hij na enige indringende uitspattingen terdege Kalm en Wijs Zaakvoerder kan worden.
(U, liefste powerpuffertjes, dient zich daarbij geen windeieren in het hoofd te halen: zoals Frank Zappa ons al wist mede te delen: ´Don't fool yourself girl/ ladies can be an asshole too´. Om maar te zeggen dat ik die Keerbergse gender-revolte die af en toe klettert waar ze niet vloeien kan, ook op haar algemeen-menselijkheid meet, zijnde 80 procent larie, een fikse kwak apekool en dan nog wat bloemige biologische kaassaus.
Bon. Soit. Kinders, ge weet het vaneigens: niks kan zo deugd doen als af en toe ´s goed dóór te kankeren. De wereld, daarentegen, laten we daar tenminste duidelijk in wezen, gaat alleen maar ten onder als wij dat met z´n allen zo hard blijven wensen. Er is geen kakkerlak die zich daarom nu niet ligt kriek te lachen. Zijnde, die kakkerlak bedoel ik, van de soort die het meeste kans maakt om dit Groote Slob te erven, mochten wij er niet uitgeraken.
VASTE LINK Esoterisch-experimentele video van Harry Smith ('50)
Harry Smith, notoir Kabbalist maar ook een belangrijk archivaris van de Amerikaanse Folk-muziek, hield zich ook op met o.a. Kathedraal Bewoner Lionel Ziprin.
Waar het bergpad zwenkte en den kloostertuin Ontkwam, voortspringend langs aanvanklijk schuin maar dan schier loodrecht opstijgende rots, Stond onbewegelijk Franciscus. Onder hem Lagen in dunnen mist klooster en meer. Het ziende kende hij het nauwelijks meer dan als verlaten legerplaatsen Gods. Een klein brevier is aan zijn hand ontvallen en viel als een dor blad onpeilbaar diep. Thans scheen het rustelooze bloed bezonnen En het weerspannig lichaam overwonnen, En hij stond wachtende tot God hem riep Volkomen rustig op de laatste wallen. Hij hoorde op een andere planeet Engelen zingen, en vervolgens schreed Hij waar een gems hem niet meer volgen kon, Boven de wereld blinkend in de zon.
(p23)
DE ENGEL
De wind legde zich neer. Daarna ontstond Ver weg een donker aangolvende klaagzang, En in dit lied gehuld verscheen aan mij Een engel met Gods eigen, schoon gelaat Maar zwaar gemanteld in dien duist'ren zang. En toen hij over mij gebogen stond, Zag ik den steilen neergezonken vleugel, Geschonden en ontredderd zeil des hemels - ik weet niet wanneer hij weer van mij week, Doch sinds aan mij deze verdoolde engel Verscheen, kon ik de teed're bloemen hooren, Wanneer zij bloeiend zongen van den dood, En ik verstond den roofdierlijken schreeuw.
En ik herkende Gods heldere oogen, Duister en weenend in een woesten tuin.
(p24)
KINDERSPEL
Er schemert om dit denken zonder doel een stilte, waarin klokgetik verzandt. Ik staar in het loodgrijze licht en voel Mij door herinneringen overmand.
- Spelende in het warme, diepe bed Heb ik de dekens over mij gespannen: Een sultan is in de woestijn verbannen. Een vos sluipt naar zijn hol met sluwen tred -
Is dit voorbij? Ben ik teruggekeerd? Wat is aan mij geschied, sinds ik verdreven Werd uit dat zorgeloos en zonnig land?
Tegen het leven is geen droom bestand. en hiervan is alleen overgebleven een schuw herinner'ren bijna ongedeerd.
(p33)
DE DROOM
Dit somber land is niet mijn vaderland. De tuinen van den droom zijn altijd groen. Hier welken wilde rozen en mijn hand Is moe van wat zij later nog zal doen.
Alles bevreemdt mij wat op aard geschiedt. Er staat een jongen naar een zwaan te kijken, Zóó onbekommerd en los van verdriet - Een vrede die ik nooit meer kan bereiken.
Regen en sneeuw en zon en maan en wind. Waarom hebben wij ons op weg begeven? het eidigt evengoed als het begint.
Er is zooveel voorbij, zooveel nog komend. De dag moest zonder avond zijn gebleven En ik hier eeuwig van Assisi droomend.
(p37)
LEGENDE
Er ligt een schemering over de weiden. Er loopt een man op den verlaten weg. Geen sterveling zal hem zijn lot benijden. Hij is alleen en hij weet heg nog steg.
Het wordt nog troosteloozer als ik zeg, Dat hij daar altijd liep, te allen tijde Vergeefs, vergeefs. Zal God hem ooit bevrijden? Het schemert eeuwig op den leegen weg.
Nog altijd denkt hij: als ik maar blijf loopen Vind ik een hergberg met een helder licht; Dan ga ik binnen want de deur staat open.
Er is nog hoop op zijn vermoeid gezicht, En daarom zal hij altijd blijven loopen , Maar als hij aankomt, zijn de deuren dicht.
(p.47)
ONDERWEG
Het is mij alsof ik mijzelf zie loopen, een donker, in zichzelf gesloten ding, en toch zoo vreemd van hunkeren en hopen doorstroomd, van droomen en herinnering.
De lente gaat wit bloesemende open. Een mensch gaat dicht en wordt een zonderling. Al wat mij bijblijft, is onder het loopen een liedje dat ik onophoud'lijk zing:
Waar is de vrede en het onderkomen? Wie zegt mij wat er van ons allen wordt? Wat is het doel, wie heeft den zin vernomen ?
De tijd van liefde en geluk is kort. Het wordt ons alles één voor één ontnomen, en wat het allerdierbaarst is, verdort.
(p.49)
Anthonie Donker, uit Grenzen, 1929 Bij Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande Boekverkoopers te Arnhem
VASTE LINK Nieuwste muurstelling fataal voor Alain Badiou
Het tekstfragment op het tweede prentje is afkomstig uit een tekstgeneratiemachientje van de onnavolgbare Jukka Pekka Kervinen, zie o. a. http://nonlinearpoetry.blogspot.com/
“En hier gaan de massacultuur en de communicatiemedia aan het gesprek deelnemen en krijgt de kwestie van vraag en aanbod een beslissend belang. En zoals tijdgenoten mochten aannemen dat een niet barbaars man als paus Julius erin geïnteresseerd was dat een goede, dat de beste kunstenaar zijn Sixtijnse kapel beschilderde, zo mogen wij aannemen – we zien het immers om ons heen overal gebeuren- dat de uitsluitend in succes en voordeel geïnteresseerde publiciteitsmanagers steeds meer en per saldo enkel en alleen zullen opteren voor wat hun doeleinden dient. Ik hoef niet uiteen te zetten dat het publiciteitswezen op zich een lege huls is, waarin evenwel niet elke willekeurige inhoud kan worden ondergebracht. Er worden door de vacante cocon eisen gesteld. Niet aan de eenlingen die nog over persoonlijke substantie beschikken, zij zijn per slot van de discussie niet eens meer tegenwoordig. De voornaamste eis is deze, dat de inhoud eveneens ijl dient te zijn. Alleen zo, via een schijninhoud, kan de reclame het hoogste bereiken wat er voor haar te bereiken valt en wat ze nastreeft als enig doel: ik-reclame, vergoddelijking van zichzelf.”
Jaques Hamelink, De Droom van de Poëzie, Amsterdam 1989 (tweede druk, eerste druk 1978), p. 47. (mijn nadruk, dv. )
Voor wie dat niet weet: LAL of FAL of Free Art License of de beweging die dat voortbrengt, de CopyLeft Attitude is een radicaler alternatief voor Creative Commons, die naar ons gevoel niet echt haar doelstellingen kan waarmaken door halfslachtigheid enzo. Vrij is vrij. Niet betalen om te gebruiken is niet betalen om te gebruiken. Kennis en creativiteit behoren vrij en onbesmet te zijn en meer van dat moois.
Mijn Kathedraaltje en alles hier is ook Fal. Ik doe dat ook omdat ik het werk zelf wil laten primeren, ik heb daar nogal een evolutief-afstandelijke kijk op. Mijn'werk', al dien opera, staat/staan meestal naast mij nauwlettend te loeren of het wel goed is wat ik uitvreet. Zelf heb ik daar weinig aan te zeggen, laat staan dat ik vind dat alle credits naar mij moeten gaan. Zo die er al zijn natuurlijk. Ja, wij hebben die band met de sociaal-benevolente nederigheid een beetje verloren. Dat is mij alles soms nogal stresserend ja. Zo wil ik ook wel bundlen enzo maar wat doe ik dan met dan FAlgedoe. Onze hond Neo blaft soms dat het uit Falangst is dat ik op internet zit te dichten. Maar zoal de Walter Swennen al zei: nie Kloage, nie Oitlegge. Soit dus.
Voor de muziek daar - in ogg formaat - kan je ev. de VLC media player van bij http://www.videolan.org/ DL'en en installeren. Die soft kan overigens ook als Streaming Media Server dienstdoen, een werkbaar Open Source alternatief voor Micro-Macro adobeDraken die stukken van mensen kosten. Mét die soft, een éénmalige investering van ong 8000 euro en een maandelijkse kost van 100 euro kan een domme kracht, ik bijvoorbeeld, in Hongarije bv. een werkende Streaming Media server opzetten voor bv de verzamelde poëzie optredens van de Nederlanden ikzegmaarwat. Bijvoorbeeld.
Dan hoeven we die uTroeptochOok niet meer. Bv.
Soit. Overigens, ik ben nu, na zes maanden bedoel ik, echt wel héél definitief gestopt met roken, hoop ik. Ah ja, dank u.
Het is maandagochtend op het Aquarel. In de barakken onderaan wordt er gerookt, gedoucht, radio geluisterd & thee gedronken. De race gaat zo dadelijk beginnen & het Lijf stelt zich op. Het schot klinkt. Het Lijf sprint naar de zandheuvel, klimt. De naakte benen zakken diep in het mulle zand. Uitgeput bereikt uiteindelijk het Lijf de top, waar een metershoge gong staat opgericht. Het Lijf legt het Hoofd nog met een doffe bots tegen het hangende koper.
“Tja”, oppert Sir Geoffrey Nayland-Smith, “als dit al zou lukken dan hadden we ook die barakken niet hoeven te bouwen”.
Bij het zich tijdelijk wegcijferende slingeren der afstanden Kwakt de hylomorfe fluim landschap mij het spiegelraam op.
In onderscheid ik ontwar het enthousiasmerend ingewikkeld zijn Der giftige lijnen: beeld van het beeld dat ik u aanstamp. De krul
Die u is behoeft niet een mal waaruit zand sectorieel sijpelt, geen hand evenmin dient een lip ter trilling de wolk in te strepen. Toch
Is zoek geraakt onderweegs onze verstandhouding. Gelieve dus Deze brief te willen aanvaarden, de opdeling. Het middenrif mij
Is bevroren, adem stokt & in stuikt het, maar U is U al - U is op De driften & zeebaren gewonnen land – U is als hoogste ons
In uw al te bonte wrong een bruistablet in de rottende navels: niet dat zich radeloos opfikken in god echter, eerder het fragmentarische
dat tijdig weg zo het bij zichzelf in gebreke is. Schattig het teveel bv. dat mij eigen is, dat van pinguins schuifelend op het ijs is, ik,
Maar van pinguins niettemin. De te korte pootjes kort gehouden. Dra, Daar dan te klapwieken de zon staat met verstrekkende vleugels, U
Het licht dat zo in uw licht kwam, de teugels wij aangereikt. Die adem Brokkelt ons, vriest ons uit, kraakt tot wij verletterd lezen wij verstuift.
dv, 6 – 10/12/2006, 12:55
Hieronder een schemaatje van dingen die mij door het hoofd spookten toen ik met het gedicht hierboven bezig was, niet dat dat er veel toe doet, uiteindelijk(neergepoot tijdens het lezen van Keith Pearson´s ´Germinal Life´, een zeer boeiend boek over Deleuze´s bio-filosofie.)
Je moet natuurlijk wel opletten, er zorg voor dragen dat heel de oude bekende emotionele crap niet daartussen gemangeld raakt. Als daar staat dat zielsverhuizing zijn symbolische waarheid behoudt verwijst dat naar een bio-filosofisch theoretisch model waarin, zo er sprake kan zijn van ziel (dat is het geval), wel dan behoudt die haar symbolische (verwijzende) functie binnen de opvolgingsreeks van fenotypes. Sure, als ge bij het sokken breien plots begint te snotteren dat het toch allemaal zo rap untsoweiter: niks belet u om daar een emotioneel-diep-religieuze draak van te maken waarmede ge vervolgens uw snottebellen adequaat kunt verwijderen. Op minder decemberachtige decembermaanden heb ik daar ook alle begrip, respect untsoweiter voor. Maar val daar in godsnaam uw medemens niet mee lastig, want alles wat u troostend is, is haar slechts dwang. Iedereen moet maar z'n eigen tora schrijven, de voorbeelden, tora-trouvées, verlossende ready mades zijn er in overvloed, de geloofssupermarktrekken builen uit met the-pest-of introducties, alles wat het langer dan 7,5 minuten in de mediaschijnwerpers redt kwakt er u ongevraagd wel 1 in het gezicht en mocht dat niet voldoende zijn, de hele aardkloot loopt vol met kandidaat u-opblazers of u-vastzetters of u-folteraars voor het vrijelijk beschikbare geval u het er niet mee eens mocht zijn.
Zo zitten er bv ook wel degelijk vruchtrijke gedachtengangen in het meer obscure denken, maar de aspirant meester-tempelmetser dient zijn gedelfde potscherven terdege te ontbruinen vooraleer ze in een overvloedig daglicht bij de gekeurde stand van zaken in te brengen.
In Brussel is ALTITUDE 1000 net van start gegaan, hier, in het Engels, wat er zoal te beleven valt van nu tot en met 16/12. Voor meer info zie de festivalblog op http://www.altitude1000.be
Performances: Merlin Spie and Peter Van Hoesen (Margarita Production/Foton): 'Strata' / Melanie Munt, Yannis Kyriakides and Martijn Grootendorst: 'Co-inc.' / Els Van Riel and Silvia Platzer (Q-2): 'doundo/recycling G' / Annemie Maes, Junior Vandebroeck and Masato Tsutsui: 'so-on/isjtar ADSR-221' / Eavesdropper and Visual Kitchen: 'Everything that Silence Breaks' / Elie Rabinovitch 'Mind the Step' / Tzii and RKO (V-Atak): 'Transit'.
Installations / Expo: Altitude 1000 DVD / Code31-OKNO / FoAM and friends / Els Van Riel and Stefaan Quix / Kika / Kris Verdonck / Max Tilgenkamp / Pascale Barret.
Film: 50’s to 80’s special, selected by Thierry Lecloux (Le plein de sens).
Public meetings: Etcetera / FoAM / OKNO / Q-O2 / Bains::Connective / Real-Unreal: Olivier Meunier, Hans De Man and Baptiste De Bemels (Foton/Periactes).
Windows: the Recyclart workshops participate with filmic experiments, screenings and performances.
Parties: a nightly double chapter with Lory D, Pub, Peter Van Hoesen aka Vanno, Ucture, Seal Phuric, Sensu - visuals by Ewo, Visual Kitchen, Corentin Vanhove on the opening night (09/12/06) and Mike Paradinas aka mu-Ziq, Acid Kirk, Antz, Harry Poppins, Mormos - visuals by Legoman, Olm-e, Antonin De Bemels at the closing party (16/12/06).
The Altitude 1000 compilation DVD offers a broad selection of Brussels artists active within the audiovisual arts. The points of view are diverse: documentaries, performances as well as digital video art 'pur sang' are presented. This DVD includes works by Antonin De Bemels ('Au Quart De Tour'), Bent Object and FoAM ('Finalcall Supercrew'), Anouk De Clercq, Joris Cool and Eavesdropper ('Kernwasser Wunderland'), Kris Verdonck ('Duet'), The Dead Texan ('Glen's Goo'), Ewo ('Lullabies For The Warriors'), Eavesdropper and Visual Kitchen ('Locker'), Joel Godfroid ('Ergon'), Sarah Vanagt ('Little Figures').
The DVD will be for sale at the festival.
Altitude 1000 Festival van 09/12/06 tot 16/12/06
Waar: Recyclart, Ursulinenstraat 25 rue des Ursulines, B-1000 Brussels. Info: +32-2-502 57 34 - http://www.recyclart.be http://www.altitude1000.be
Veel van dit werk gaat verloren in de vreselijke compressie, je moet maar 's wat filmpjes downloaden van www.asondheim.org, maar tja zullen we dan maar denken. In de context van de discussies die al wel 's gevoerd worden, her, der & bij Zijne Boeiendheid Samuel Vriezen op dit ogenblik, bv: het is dus met die zgn vrijheid op internet van bedroevend tot erger gesteld, in de zin dat het nu al vrij bedroevend is (alle beschikbare publicatie-apps zijn verschrikkelijk eenzijdig/beperkend, ik moet hier bv. een geluidswave van 700 pixels op mijn wazige verzetshoofd richten om lange tweeregelige verzen tot hun recht te laten komen, - nu ja, ik kán dat, omdat mijn kopken heel de dag vól html zit naast, bij, boven, op en langszij alle andere nonsens, maar wie kan dat nog, bij de serieuze mensen dan? wie getroost zich die moeite? - gericht dus op eenheidsworst, pure reclame-optimisers, voor onder de betalende info-pushers: iemand als Sondheim wordt daar op systematische wijze uit weggemarginaliseerd - ik ben overigens benieuwd hoelang het duurt vooraleer de video's hier op UTjoep (uwTroep?) gaan uitgeFlagged worden als zijnde "Inappropiate" ) & dat het alleen maar erger wordt:iedereen vindt het gewéldig, Schrijvers op kop bijvoorbeeld want nu kunnen ze lekker op elkaar, zonder kennis van dat wansmakelijke gepriegel met html, hé jakkes.
adem adem nieuwe adem
Maar er is, wellicht om het hélemaal tragisch te maken, hoop ook nog, vanuit de artistiekerig-generatieve programmateurshoek prrthaps, en een klein beetje misschien ook van u, ik en de anderen, als de schellen ons van de ogen totteren en we het een beetje beu worden om als knikvee met een meeladres naar de virtuele slachttoonbanken en de netnogniet genanoprintte afvloeislots te worden gedreven.
Wij zijn immers niet langer de holle mensen, liefste witlichtuitspaarselverslaafden, dat hebben we godzijdank al gehad, wij zijn de bloemzakken nu, de bloemzakken dat zijn wij.
Eigenlijk moest dat zakken snelbandsierplijster van het merk Knauf zijn, maar dat klonk niet zo goed, laat staan dat ze me daarvoor zouden betalen.
Dan u zegt het: glij met mij. Het rietveld in, de verhouding nog van tel, de afstand van ruimtelijk onbelang, de glijmaat persisch in stadia een parasang, aanvangt
Zo’n zang, bij voorbaat zij blijft duren tot baksteen pulvert, stad ploft, aarde verpietert op aarde & zoals de hemelen met een zuchtje tot doktershoutje in peuterkelen
Platpromoveren, transfigureert zich bij de eigen zon te rotten (inkalven laten, leggen,) o mijn hemel hemel eerst toch zich Faveresk ophemelend eventjes nog & afspringt. Niets
Er was & daardoor alles ‘s zondags terug aangefloept de kijkcijfers terwille. Mot. Doef. Huis klinke, ruise dood of zwaar metaal, garagerotsen & rollend uitschot moge ons het oor inglanzen: komt,
Zuigelinge, het weekeinde nieuwe weekeinde staat weer moederneukend voor de deur.
Na Krikri 2006, het 5de internationale festival omtrent polypoëzie en nieuwe muziek in Gent, plaatst Krikri vzw de schouders onder een aantal andere gebeurtenissen:
*Op zaterdag 23 december opent Jelle Meander WinterWoordennacht de luxe in CC De Schakel te Waregem. Er zijn tevens voordrachten en shows van Stijn Vranken & Andy Fierens, Margaretha von Parma, Erik Jan Harmens & Els Moors, Christophe Vekeman, Vitalski en Freddy De Vadder. Het geheel start om 20:00, Schakelstraat 8 te Waregem. Zie ook http://www.winterwoordennacht.be/ en http://www.ccdeschakel.be/
*In het voorjaar van 2007 presenteren we het muziektheaterstukAl Amin Dada. Basis is een nieuwe compositie van de (dit jaar 75 geworden) componist Lucien Goethals op een libretto van Jelle Meander Het is een surrealistisch droomdicht omtrent het bizarre leven van de Oegandese oud-dictator Idi Amin. Uitvoerder is Françoise Vanhecke (zang en piano). Maja Jantar zorgt voor de regie. Svend Thomsen (TVF) en Thomas Gerard brengen daarnaast een multimediaal commentaar bij de compositie.
De première vindt plaats op 01/02 in de context van De Donderdagen te Antwerpen, de 2de voorstelling op 21/02 kadert in de Nieuwe Reeks te Leuven en een 3de voorstelling is gepland in het Nieuwpoorttheater te Gent op 06/03. Meer info volgt in januari.
*Naast Al Amin Dada zorgt Krikri vzw in het voorjaar van 2007 ook voor de invulling van Off Off Poetry te Gent. De inhoud van dit polypoëtisch laboratorium wordt zo snel mogelijk meegedeeld.
VASTE LINK het worde u een bruistablet in de navel
Met Isis de trein op aanbiddend het ochtendgloren
Bij het zich tijdelijk wegcijferende slingeren der afstanden kwakt de hylomorfe fluim landschap mij het spiegelraam op.
In onderscheid ik ontwar het enthousiasmerend ingewikkeld zijn der giftige lijnen van het beeld dat ik u aanstamp. De krullen.
Zo kent het geen mal waaruit zand sectorieel sijpelen kan, zo geen hand is die de lippen dermate labiel in de glijwolk kan strepen, zo toch
is zoek geraakt onderweegs onze verstandhouding. Gelieve dus deze brief te willen aanvaarden, de opdeling. Het middenrif mij
is bevroren, adem stokt & in stuikt het, maar hort niet dit ros dat in knieval zich de knie rooskneusde al, krab niet wrokwijverig open
bv. het vat van die arabeske de martelaarsdood verheerlijkende larie. U is U al - O op de driften der zeebaren gewonnen landvortex - het
hoogst besmettelijke oker aards uitgestald & insecuur gebonden is U in uw al te bonte wrong, het lokkend scheefzakken van doek is ons
een bruistablet in onze navels, maar is het dat uitslaan der spirituele winden niet gatwalmend uit het zwarte kader ener zwarte vestomslag, het is dat Haags dan
van u dat uw alles, dat uw Heists, uw Antwerps die knettergekke geile deftige hesp- zuchtige diets-verengelde tupperwarez tantes die het bevende struikgewas
ondertafels voetstrelend steunen bij het zich radeloos opfikken in god verdomme maar ik ach tik te min het fragmentarische tijdig weg dat bij zichzelf in gebreke is,
is het schattige teveel dat mij eigen is wat van pinguins schuifelend op het ijs is
maar van pinguins niettemin. Dat is. De te korte pootjes koud gehouden. Daar dan te klapwieken de zon stond met verstrekkende vleugels. Naakt. Strandt.
Het zit toch ietwat mis met dat 'horten' in het ding "Met Isis de trein op..." hieronder.
In hedendaags Nederlands kan het volgens Van Dale enkel in de betekenis van horden, zeven overgankelijk gebruikt worden, het Mnl kende nog het overgankelijk gebruik in de betekenis van aansporen, zie WNT:
HORTEN (I), onz. en bedr. zw. ww. Mhd. hurten, mnl. horten, hurten. Ontleend aan het Fransch: ofra. hurter (nfra. heurter), eigenlijk een technische term van het tornooi. Verg. HORT, 1ste art. 1) Onz. — Stooten, schokken, botsen, absoluut of met eene bepaling, b. v. met tegen. Ook in figuurl. verband: hokken, haperen, stuiten enz. || Hertstochten ... meest horten teghen reden, SPIEGHEL 65. Schoon die (eene flesch) maer en hort, en niet in stucken brack, Noch enz., CATS 1, 524 b. Hortende met de punten der speeren tegens de vloer, HOOFT, Henr. d. Gr. 166. 't Horten des bestands, HOOFT, N. H. 642. De benden horten tegens een, VONDEL 5, 353. Breek ... geen goed ..., Met al dat horten, stooten, rukken, ALEWIJN, J. Los, 30. (Hy) trapt my op de teenen, Of ... hort my tegen 't lijf, BILD. 12, 55 (zie ook 2, 247; 403). Gekraak Van hortend ijs, TOLLENS 5, 129. Hortende boerenwagens, VISSERING, Herinn. 1, 57. — Het tegenw. deelw. als bnw. gebezigd beteekent: stooterig; niet eenparig, niet gelijkmatig. || Hortende bewegingen (van een rijdier), GEEL 203. Onze taal, ... nog zoo hortend en stootend, wordt (allengs) ... smijdig, VEEGENS, Hist. Stud. 1, 26. — In bijwoordelijk gebruik: stoots-, schoksgewijze, met stooten of schokken. || De korte zinnen werden eenigermate hortend uitgestooten, QUACK, Stud. 205. — Tegen God (willen) horten komt voor (bij CATS 1, 58 b) met de bet. van zich tegen God (willen) kanten, verzetten. 2) Bedr. — Aanzetten, voortdrijven, t. w. een paard, met de stem, de sporen enz., in 't Mnl. zeer gewoon. Van daar bij overdr., figuurlijk: prikkelen, tot lust verwekken. || Die ... grave ... horte sijn peert, Nederl. Volksb. 1, 38 (Roncev.). Hortende sporen des vleeschs (wellustige prikkels), V. BREUGEL, Boccat. 16 a. Afl. Hortig, gehort (zie die woorden). Samenst. Aanhorten (zie ald.); samenhorten, opeenbotsen („Als ghy ... de mannen (saeght) t'saemenhorten (in een gevecht)”, VONDEL 2, 277).
Ik zat ook met het aansporende gebruik van HORT (V) in m'n hoofd:
HORT (V) — daarnaast HORT SEK (HORTSEK) HORT SIK (-SIK) —, tusschenw. Uitroep om een trekdier aan te zetten: voort! (vort!). Over de bet. van sek (sik) is gehandeld in Tijdschr. 11, 31 vlg.; 12, 300 vlg. || Hort sik, paardje! Kinderrijmpje bij BOEKENOOGEN 351 (verg.? horte page! in Bakeren Kinderr.4 130). Hort! hu bonk! ROBBERS, A. De Boogh, 14. — De uitroep hortsik! wordt wel als m. (of onz.) znw. gebruikt met de bet. van: (slecht) paard, knol, biek; aan de Zaan met die van: paardenslachter en van: paardevleesch (zie nader BOEKENOOGEN t. a. pl.).
Verder Van Dale 2.horten (overg.) horden, zeven: tarwe, grind, cokes horten.
In WNT vind je de verwijzing HORTEN (II), ww. Zie HORDE, 1ste art., Afl.
HORDE (I) — in geassimileerden vorm HORRE en vervolgens verkort tot HOR —, znw. vr. Daarnaast o. a. wvl. hurde, zaansch en vla. hort, veluwsch hurt (hort). Got. haúrds, on. hurd, ohd. mhd. hurl, nhd. hürde (men vindt ook horde), meng. hirde (verg. daarnaast ags. hyrdel, eng. hurdle), ond. hurth, mnd. hort, hurt, mnl. horde, hurde en hort. Horde is verwant aan Idg. woorden die alle 't een of ander vlecht- of mandewerk beteekenen, waartoe b. v. gelijkbet. lat. crates behoort, en die zijn gevormd van een ww. dat vlechten beduidt. 1) Een, uit met rijs omvlochten staken bestaand, plat vlechtwerk dat hetzij los en verplaatsbaar is, hetzij, gelijk b. v. bij militaire versterkingen, ter plaatse om in den grond gestoken palen wordt gebreid. Anders (b. v. in de Neder-Betuwe) tuin genoemd (verg. ook mnl. hordebreyer met den geslachtsnaam Tuynenbreyer). || Een horde, hurde, oft vlaeck, PLANT. — Korven, horden en wannen, VONDEL 5, 79. Sy breyen hordekens van rys, WESTERBAEN, Ged. 3, 261. De horden zijn platte vlechtwerken van ongelijke grootte, STORM BUYSING, Waterbouwk. 1, 579. De bekleeding der borstwering met horden, V. KERKWIJK, Versterkingsk.5 170. — Misdadigers werden vroeger soms op eene horde (hort) verbrand (VERDAM 3, 588 en 606); de zelfmoordenaars werden op eene horde naar het galgeveld gesleept (zie DE GROOT, Inl. II, 1, § 44). || Soo brocht hy deen om den hals met der coorden, Dander met den sweirde op schavotten en hoorden, HOUWAERT, Gener. Loop, 133. — Eene horde kan ook dienst doen als vlot. || Eennen hoirt ... daer hij me mochte ... overvaren die wilde zee, DE DENE, Test. 277 b (verg. bij DE BRUNE, Bank. 2, 188: op een vlot, of op een horde). — Uitdr. en zegsw. || Zoo mager als eene horde, HARREB. 1, 333 b. Zoo droog als een hor (OPPREL). Zoo stijf als eene hurde (DE BO; JOOS). Een (stijve) hort van een kerel (BOEKENOOGEN). 2) Raamwerk dat over het land gesleept wordt om kluiten te breken (DE BO) of om modder en mest te slechten (BOEKENOOGEN). || Een jonge knecht (stond) op zijne effenende horde, zich met moeite in evenwicht houdend, terwijl het paard enz., LOVELING, Idon. 78. — Hierbij vermoedelijk de volgende zegsw. || Iemand onder de horde hebben: „hem onder magt en bedwang hebben” (TUINMAN 1, 328). 3) Ruit- of traliewerk tot het ziften van kleine aardappels, grind, sintels en derg. Hierbij het ww. horden (horren), horten. || De aardappelen over de horre gooien, MOLEMA. — In zegsw. || Hy is doer een hort gesift, SARTOR., Adag. III, 6, nº. 99. Men moetet de Boeren door een horde siften, MARNIX, Byenc. 4, 3 (bl. 186 a). 4) Een, van latwerk of traliën, vlechtwerk of gaas voorzien raampje dat men voor de ramen of in de vensteropening zet tot bescherming van het glas, om het inkijken te beletten, het inwerpen van vuil te verhinderen enz. || Horde in de venster, KIL. — Deckt u glasen niet met ... horden, V. HEEMSKERK, Minne-kunst, 128. In een voorkamertje aan een venster met een hordetje bedekt, V. EFFEN, Spect. 5, 203. Koussen ... breijen, en door de horretjes gluuren, Leev. 6, 376. Over het horretje kijken, BEETS, C. O. 158. (Aanbesteding van) het onderhouden van jaloezieën, gordijnen, vloerkleeden en horren der gemeente-gebouwen (te Leiden, aº. 1903). 5) Verder komt verschillend vlecht-, tralie-, of raamwerk met den naam van horde voor bij de wolbereiding, in de papiermakerij, als afschutsel voor vee of gevogelte (eenden), of als tusschenschot, enz. Afl. Horden (horren), horten, ww.: 1º. het land met de horde bewerken (zie de bet. 2); 2º. op eene horde zeven, ziften (zie de bet. 3) („Aardappelen, gruis, grind horren”; „Een schuit gehorde grind”); zie verder BOEKENOOGEN 351, ook voor de afl. horter, -ster. — Hortig, (zie ald., de bet. D). Samenst. (in de bet. 1) Hordroog (zie OPPREL); hordenren, nhd. hürdenrennen, beide naar eng. hurdlerace, wedren met horden als hindernissen; hordepaal (V. KERKWIJK, Versterkingsk.5 170); hordewerk, wat als eene horde is gemaakt („Eene ... dood-baer ... Van ... horde-werck”, WESTERBAEN, Ged. 3, 397). — In de bet. 4) Horrengaas. — Als tweede lid (in de bet. 1) Schildhorde (VONDEL 5, 292). — In de bet. 3) Grind-, gruishor(de). — In de bet. 4) Raamhor. — In de bet. 5) Biehurde (Dl. II, 2566).
El al dat gedoe om de connotatie van iets niet onverdeeld prettig dat bij het bekende 'op de hort gaan' hoort, in de tekst te houden. Om het gebeuren met miss I. de trein op spannend te doen klinken. Een correctie volgt maar ik ben meteen heel het ding maar aan het herschrijven, & d'r komt ook nog een leuk visueel allegorisch ofishetnou hylomorf curiosum aan te pas
VASTE LINK op een verwaarloosbaar wrange gedachte na
Sinterklaas Pientere baas, Grootimporteur met de grijpstaf Megasjoemelaar met de mijmijter Witwasser van winst in Hong-Kong Zwengelaar aan de zwengel van de Chinese vleesmaal:
Laat het goed stinken vannacht in mijn schoen & ik beloof dat ik als ik grood ben nog beter
hoger sneller heviger mijn oppermeester best & meer euro’s voor U aan mijn betere kinders op
"Kessel-loosse ŠlengerKlump", dv 3/12/2006, Marie's Watercolours op papier, 24 x 18 cm, nog ongevernist
Karel Šlenger Tsjechisch schilder (Chomutice 1903 - Praag 1981). Studeerde eerst natuurwetenschappen aan de Karelsuniversiteit in Praag (1826-27) en daarna Letteren en Filosofie aan dezelfde universiteit (1928-29) en aan de Sorbonne in Parijs (1930). Als beeldend kunstenaar grotendeels autodidact. Heeft nooit echt bij een bepaalde stroming of groepering behoort, maar zijn werk sluit wel aan bij het algemene streven om weer meer naar de werkelijkheid te werken. [Bron: Tomas Vlek - Praagse Schilderkunst 1890-1939, ISBN 904009097 1 - de jaartallen zijn letterlijk overgenomen]
In vóórkathedraalse verhaaltrant (dwz louter hypothetisch buitenwezenlijk en terloops) is de Kessel-loose ŠlengerKlump de ontstaansplaats of voorwaarde van de Kathedraal-Moeder. De Klump is afgetekend en plagiaristisch volgekliederd, na de feiten, wat misschien een verklaring kan bieden voor het buitenwezenlijke ervan. Het visionaire origineel van Šlenger, afgebeeld in bovenvermelde publicatie kan helaas om copyrightredenen slechts verdoken getoond worden. De visie van Šlenger mist wel alle data van de niet onbelangrijke setting in de Eertijdse Beemden van Kessel-lo, met o.m., kijkt u maar effen goed, de Uitslaande Witschimmel en de Oranje Dagsluitingsweerschijn boven Kesseldal.
Hier de gekliederde kopie nogmaals toegevoegd, nu naar behoren bedekt met scheepsvernis (klik voor een uitvergroting):
Een fijne avond was dat met (enige gelijkenis met bovenstaande krabbels is louter toevallig)Erik Jan Harmens, Lucas Hirsch, Jan Lauwereyns, Saskia de Coster, Stefan Hertmans en Peter Verhelst. Het andere was niet minder vermeldenswaard maar Verhelst bracht een tiental héél straffe nu-is-het-hélemaal-uit-met-de-pret gedichten die wellicht in bundelvorm op ons af gaan stormen, ooit.
Vrijdagavond 1 december 2006 - 20u30 , Molens van Orshoven, Stapelhuisstraat 15, Leuven
In de machinekamer van de Molens van Orshoven zorgen onze gasten ongetwijfeld voor magie.
Cor Gout is al jaren de drijvende kracht achter de band Trespassers W ( http://www.trespassersw.nl ) In zijn gedichten, proza en songteksten reconstrueert hij, als een volleerd Proust, Den Haag. De lokaties laten zich lezen als personages, met hun eigen geschiedenis, heden en toekomst. Als personificaties werken ze in op het gedrag en de motieven van de mensen die door de stad en het dorp lopen.
Robert Kroos is een muzikant die onder verschillende namen een aantal internationale ‘dancefloor-hits’ heeft uitgebracht en sinds een tiental jaren zijn talent in dienst stelt van breed uitgewerkte artistieke concepten zoals Gergelijzer. Dit is een performancegroep, waarbij het gesproken woord en met name het ritme en de sfeer van de vertelling, die al van geluid is bevangen, het beginpunt hebben gevormd voor de muzikale compositie en de omlijsting van beeldmateriaal. In een aantal verhalen spelen geluid een belangrijke rol. De lezer kan zich tijdens het lezen nooit van de indruk ontdoen iets te horen. Door de soundscapes wordt dat aspect geaccentueerd. De voordracht kun je niet ‘literatuur’ noemen en ook niet ‘muziek’. Cor Gout houdt zich op in een tot dusver ongedefinieerd tussengebied. Hier zijn taal en klank altijd de sleutel tot de semiotiek.
De avond is een samenwerking van Masereelfonds Leuven, muziektheater Braakland-Zhebilding & Didi de Paris.
met de AUTO ... E 314 - afrit 18 Herent/Mechelen ... afslaan richting Leuven centrum ... links afslaan op de ring ... eventjes rond punt volgen ... rechts afslaan richting Vaartkom (jachthaven) ... links afslaan (achter Jet benzinestation) in de Stapelhuisstraat
PARKEREN ... op het Engels Plein, onder het viaduct aan de overkant van de vaart ... parkeer de wagen, je bent op 200 m van de Molens Van Orshoven ... neem het voetgangersbrugje over het water
met de TREIN ... afstappen Leuven station ... neem de uitgang naar het Martelarenplein ... ga rechtsaf de Diestsevest naar beneden ... loop tot aan de Vaart ... ga links achter het Jet benzinestation door ... je bent in de Stapelhuisstraat
Net als voor de Kathedraal Zelve gelden hier de Omgangsregels voor (Literaire) Open Source Bedrijvigheden, de gedragscode zeg maar der Vrije Codeurs in de Bouworde. Wat evenwel heeft dat allemaal te betekenen?
In Menschentaal:
Al het tekst- en beeldmateriaal van dirk vekemans dat hier vertoond wordt, mag u vrijelijk gebruiken voor uw eigen creatieve arbeid, indien tenminste voor de producten daarvan dezelfde voorwaarden gelden.
Mits een correcte bronvermelding kan een ongedifferentieerd gebruik ook op andere publieke plaatsen op het internet. Overnames en/of bewerkingen van deze materialen in gedrukte vorm zonder toelating kunnen ook indien u deze gratis / zonder winstbejag ter beschikking stelt en/of zij begeleidt worden van een tekst die dezelfde rechten aan de gebruiker daarvan verleent.
In elk geval hoort het tot de goede vorm dat u de auteur van uw acties op de hoogte brengt, een simpel mailtje volstaat.
Als u voor uw doeleinden niet aan deze voorwaarden kan voldoen, zullen we moeten onderhandelen hoe we het publieke domein het minste schade kunnen berokkenen. Meestal neemt dat - surprise surprise - de vorm aan van een financiële vergoeding voor uw dienaar, opdat deze door middel van de aldus Gewonnen Tijd de verloren code in Hare Loopsheid door nieuwe zou kunnen remplaceren.
Juridisch: Voor alle materialen vertoont via de URL http://vilt.skynetblogs.be is de Free Art License van kracht , zie http://www.vilt.net/nkdee/fal.htm