10-10-05

programmeerbaarheid

het is laat en ik denk maar wat, maar de gedachte spookt al een eeuwigheid door mijn hoofd, zo lijkt het wel: de vraag naar de programmeerbaarheid van de poëzie wordt misschien best gerherformuleerd naar een vraag naar localiseerbaarheid: waar het zich afspeelt, daar is het. Het lijkt allemaal super evident, maar met digitale flows en patterns zoals Bill Seaman die voorstelt, kom je m.i. niet uit de essentiële beperking van het digitale, een heel erg complex probleem zoals Dirk Scheuring terecht opmerkt, namelijk dat je altijd weer terug op de strakke nul of één grens valt in het mechanieke systeem dat een computer blijft. Je kan het digitaal opwekken, érgens laten gebeuren en die plaats localiseerbaar maken (virtualiseren- maar dat verschilt in niets van realiseren), zoals je een rivier/kanaal kan graven, ter wille van de bruikbaarheid kan rechten, de stroom kanaliseren, stuwdammen maken etc.

elke 'objectivering' van een flow of algorhytmisch patroon blijft, hoe complex of 'mooi' ook, steeds een humanisering, een dooddoener, een 'underkill' van het poëtische, de epifanetische energie. Een database/semantische ontologie avant la lettre zoals Finnigans Wake werkt ook enkel als ze (luidop - of met de innerlijke stem op loeihard) gelezen wordt.

Dus: een init zou bestaan uit eerst de plaats, dan de recursieve gebeurteniscodering, vervolgens de restanten (garbage collecting) met een aldus omzeilde crash ergens tussen (gedurende) de calculatie van 0 naar 1, op 0.1894532975621423..... ofzo, waarbij de calculatie sterk genoeg moet zijn om patronen te vermijden...

hmm, slapenstijd

03:14 Gepost door dv | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.