21-07-06

Dat wij het getroffen hebben

Mystieke Lering, te lezen bij aanhoudende hitte

De in de Zee Verzonken Traan, zo vaak als ik maar wil.

God’s Loon, Zijn  Kaskrediet, Zijn Flexibiliteit.
De Fietspaden van de Heer.
De Heer met Wapperende Borsten.
De Heer met Internet Security Extension Package release 2.1

Ziet u, het woord is des duivels, het woord is de rivier  & de rivier droogt uit, de rivier verdort, in de uitgedroogde bedding van de rivier lezen wij nu het Ooit Omstroomde Woord (het OOW omvatte de volheid van het Geheel). O eens! Neem uw tekstenboek op pagina 667.

“Zo plots overvalt ons de herinnering dat  er de mannen een straaltje voorvocht ontsnapt, zo onverwacht dat de tepels der vrouwen zich rechten, de honden de zon zelve aanblaffen en de kinderen met nog mindere aanleiding dan gewoonlijk ongevraagd in tranen uitbarsten. Blaast de bazuin (iets met ringtones? nvdr) bij nieuwe maan, daar het  dan blazuinblaastijd is. Zendt de nodige waarschuwingen uit: de boze slang met extensie “.jvhw” is de sterkste en kan de wereld veel kwaad bezorgen. Sluit  tijdig de schermen af. Eet niet teveel choco. Vrienden, laat ons o laat ons.”

Laat ons de woorden woorden zijn en in de woorden binnenkijken. Wat zien wij? Wij zien niet de letters, wij ontwaren niet de vormen van letters. Wij zien het niets in beweging. Het niets, daar niezen wij van. Het niets, dat vrezen wij.  Met dit niets kan onze ademhaling het niet vinden, het kittelt ons tot de irritatie een vluchtweg zoekt uit onze vege lijven, tot de ergernis zich in onze slijmen nestelt en onze slijmen zich met immense  propulsje uit de gaten van onze lijven storten. Ach, vrienden ach, zo het aldus de muren en het plafond opklettert, waar is ons de redding gewezen? Neem uw tekstenboek op pagina 667.

“In bijzonderheid bij aanhoudend  hoge temperaturen voelen wij hoe de lucht op stroperige wijze ons elke vastomlijnde begrenzing ontzegt. De lucht klotst onze wangen, onze schouders, onze borsten en onze teelballen aan. Onze lijven houden niet op zich in de lucht vérder te zetten, het is om koppijn van te krijgen. Vrienden, laat het, laat.”

Laat ons de verkoelingen van de zuivere contemplatie opzoeken.

Laat ons ernaar streven in onze vlottende schrifturen het niets-zijn te benaderen. Onbezoldigd zien wij ons in grotere getale op de netvliezen gespiegeld dan het winstgevende zijn van de wereld, een zijn dat zich tot het echte zijn verhoudt zoals een ikea meubel tot een meubel van authentieke schrijnwerkersmakelij. Zo eenvoudig is het, maar aangezien het zo eenvoudig is, en elk eenvoudig ding ingewikkeld is in zijn eenvoud, zullen we het benoemen en we noemen het de Zich Voortslingerende Brede Breuk.

De Zich Voortslingerende Brede Breuk trekt een grillige Lijn in de ons toegezegde ruimte. Uit de Lijn stulpt het withete magma van onze Daden zoals die zich voordoen.
Zijn wij Niets? Ja wij zijn Niets.
Wij zijn het witte Magma van onze Daden zoals die zich Voordoen.

In de Brede Breuk verschijnt tevens het Wezen in al zijn stralenpracht. Het Wezen is ons benevolent, wij mogen in het Wezen onze vierkantjes trekken. Het Wezen is ons goedgezind, het is anderen ten ene male ontzegd in het Wezen hun blaasbelletjes te blazen. Neem uw tekstboek op pagina 667.

Het Wezen staat ons bij aanhoudend hoge temperaturen ook toe achter haar Schermen in de Schaduwrijke Steeg het klotsende kabbelen van de Tourcommentatoren te aanhoren via Openstaande Ramen, waaruit het naar Spic ’n Span geurt. Daartoe dienen wij echter eerst gedurende enige tijd ons de oren te sluiten voor Haar oorverdovend gekrijs dat klinkt ‘alsof het van  eenen reuzengrooten Voogel was’.

Vrienden, voorwaar, wij treffen het.

dv 21/07/2006 14:55

14:57 Gepost door dv in 00 alles was beter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.