19-08-06

Ahum,

Ahum. D'r was wat loos met het blogapparaatje.
In een blijkbaar geslaagde poging de zaak te herstellen, verwijderde ik volgende berichten van de afgelopen week.
Ze waren nochtans onschadelijk, die berichten, u kan ze dus zonder gevaar lezen.

 

 

Sitepal

declameren, declameren

 

 

MOND in G rood

liefste poliepen hoe zou ik het zuigen

uw afscheuring is uw verbondenheid
uw extractie is de totstandkoming zelve van het
u als tandvlees of pinkjesvingerafdruk eigene
dat wat u achterlaat is uw geboorte is
bij de derde piep de afsluitende klik
van de niet achtergelaten boodschap
waarmede u de dood inging, telkens
weer (wat eeuwen eerder dan) het kervende

gebaar, de hypokriete knip van uw vader bv
die u daarmede wil helpen uw moeder het leven
te schenken, u ontaardt toch weerom dadelijk

onvermijdelijk noodlottig als vaneigens verbonden
in ottergeklets, in het koopzuchtige lonken naar blinkende
balletjes of simpelweg populair bij de meiden
als romantiek verpauperde loense pinguin

instuikende bij het laatavond joernaal
met antizweetschilfers in uw pantoffels

het ijs van haar magnum afschuivende
aan de Cote d' Or van haar lokken
(zo zij de appel nam zo zijt gij
de worm die knaagt in benidorm)


aanbid dan in kwieke vleugelslag misschien,
en bij het golvend eigeel van een blauw
uitslaand oog, in repen gerafeld
het vrouwelijke lijk dat gij vandaag aanbidt
(zo zachtjes het dekseltje sluit in't gelid
zo teder het rietmis geklik der bezette schermen,

zo floep je erin, zo floep je eruit )

en strijkgleufjes strijk, in wangkuiltjes smeer en
(breder)
strijk uw gedachten uit en gij zult materie hebben
bijt dus nog eenmaal flink in uw kroupouken schelp
de huid der schoon heid smel tent hoog op uw tong
& daarbij in kleine put yes als ware het uw tong
verkleinende verkrampende intensifiërende

drup pel t jes van het ul (in) tieme o O

(hetto hetoo hetto het) tonguitstrijkje o O

fluoriscerende florence is immers
niet zoek de freule florence fladdert hier ja
florence verheugd zich in deze omfloerste tijd bij
uitstek dé gekolloceerde kip te spelen & spuugt
haar kakelbonte verzen netjes in het blond


schuimend bier in het rondije
in rond rijen in o ondije

O

mond in G
het zwarte crascht


 

 

Song 4 Europe 2006

Afdrukbare versie in PDF

NEEM EEN STAD , PLOOI ZE OPEN

I
[helicopters vliegen over, geluiden
van een woedende menigte]


Zeefdruk van een werelddeel : ik heb
een vinger in de inkt, leg
hem eruit, verscheur
de vrede op papier. Gedachtengang

waaraan bij benadering nooit een einde
komt. Die Europese teef,
dat stukje in pathetisch gekleurde olie
vereeuwigd vlaggenzwaaiend moederschip,
een met afhangende vleeslappen
neergekwaste nipplegate dat bijna
in al haar schreeuwlelijkheid tot hot item
verhard, galmend in haar holtes van Liberté,
Fraternité en Egalité
, waarin de vuist
van het Verzet veelvuldig met aanzuiggeluiden
ingemurwd, uitgewrongen wordt, zo
wil je die bloedvrouw (komaan, komt
er nog wat van) op haar punt
doen verklonteren : dat het niets

is, wat je wou, hoe stilletjes je
het haar zeggen zou, terwijl op 4 juli
0u.50 stipt het stof van haar netjes
imploderend lijf als een midsteeds a
fgeschreven wolkenkrabber hoogst
professioneel gedynamiteerd door de dochter
van Red Adair door de aanpalende
straten stuift, de genetworkte
camera’s tegemoet: doordraven, langer
dan goed voor je is. Want
wiens krakende stem was het, hoe werd
er gestorven, wie droeg daar de woorden

uit of zei ze niet zelf: Schuw niet
die verbijsterende hemelbreedte
tussen de kramp in je voet
& het spoor op beton

van een slak zonder huis
tot een steenwormpje dood,
als je wil dat ik kom?

Walging en ontzetting
verwekkende wreedheid
leg je de handen op, het schrift
en de mond, een
meer dan beestachtige
incorrectheid die zich meet aan
de Inquisitie, de Rode Khmer of
een spraaktechnologisch geplande
kleine onvolkomenheid
zoals onze vergissing (was het nu Bush
of Blair, de vingertjes krommen)
bv de meedogenloze plof &
vervolgens het krachtdadige
rukken van het hart
uit - oh sorry guys-
de joodse mystiek.

Het gruwen daarentegen was haar net zo stevig
aangesnoerd als de riempjes van een neo-prof,
dus je kon het je wel laten afglijden, die huid
en die wrat op je vel.( KLETS zo kletst er plots 10
jaar na datum een jong meisjeslijf als een terminator
uit een lekker rampzalige toekomst
de poëtische bühne op)
Een makkie, jongens, hup maar, niks heeft ze
om aan af te schuren. Oogst met het vet
van de grond & de zegen van pausen
lillend tot hapjes verstrengeld, gebruiksvriendelijk
op je bord gekwakt. Verviervoudigde
kijkcijfers nog voor je de woorden
vantussen de algen kon vissen : leegloop
van kranen, stortvloed van flessen,
klaterend glas in een spiegelplas haat.
Vuur zal het stelpen wel stoppen.

Een lijk struint inmiddels door de duinen, krijst
een meeuw aan dat het béter kan schuimbekken,
snéller plukken, langere dagen kloppen

Is er een wens in je hart, een voorkeur
van vinger, macht in het wit van je lach ?
Wat heet behoedzaam als je vel

toch al openligt ? Kleumt de zon
morgen een klad kleur op je tong ?


II

Strijkers ! & de snaren staan al te springen.
In een uithoek wil zonodig een papperig blondje
met de billen stevig in het zeil gedrukt
een bloederige torso met repen spek beslaan.
Ze weet nochthans best van net nog in de krant
dat er aldus water in de tent belandt.
Luchtafweergeschut ondersteunt haar lijdzaam,
slag op slag, met plukjes licht in de lucht.
Torso in kwestie murmelt kathedraalgezangen, sist
centrifugaal het stof wegweg van de frees,
klappertandt tot het stilvalt, omstuikt
& hits braakt : het ritme zit goed
het tempo is er, de nooddruft &.
beverig begerige hufters schuiven af, schuiven aan,
passen beschikbare titels aan. Doodshoofd
met ambitie heeft een ouwe Messerschmidt
bemand & hakt met beleidsfehige precisie
hier en daar een rijtje halfmidden. Dit soort
meesterschap verwerf je niet zomaar, vereist
een

Barst. Breekpunt plots in een brei
reikhalzende reisreportages : het
Wicht is er, twee gibberende heksen
ondersteunen haar vleugels, een dwerg
dwingt met moeite haar slagstaart
de grond af. Krëfel Krapunzel stormt
uit de boxen met een oude lachslang
over de val van de muur. Een zweetzak
parelt uit de nok omlaag met de vraag
Was het nu rood of blauw ? Sluiers

buikdansen het antwoord en de tent
omtploft. Feilloze wakslag, die schijf.

Ik ben er weer, plots, want ik voel mijn buik
zich bedenken : stroom is niet
éénieder gegund, er wordt in verdere
steden nog verdeling gepredikt : twee
maten, twee dagen, een duizendtal
driemasters om het plat van de aarde
te besnijden. Kommer & kwel,
uiteraard, maar dit soort hardnekkigheid
krijg je de kop niet ingedrukt. Zwelg
wat je wil, een lijflied blijft kleven.

Klok in je keel, hand op je hals :
waar eindigt mijn hand, waar start
het gebaar ? Zie je de handen branden
achter de randen van mijn handen?
Verlang toch niet zo, buitenbeeld waggelt
als immer de tovenaar, wijst met zijn stok
naar het woord in je haar, vraagt of je nog vonkt,
al vult de wereld zich vol met de geur
nu je brandt. Straalt nog effen je oog

op het bot van dit mes, pit op het blauw
in de vlam rond je hoofd, tik op je rug
die zich kromt nu ik lik in mijn hand ?


III

Neem een stad. Plooi ze open. Hangt
er een peertje naakt in een cel te gloeien?
Zeg ik teveel als ik om het uur een kom
rozig water door een sjofele sprinkhaan
in de sterfput laat ledigen?
Plooi ze weer dicht.
Vraag dan verder ook maar niet meer
naar wat niet het geval is. Krijgen
doe je mij toch niet.

In- of ex-, wat maakt het uit : de laatste
golven ebben weg, verstrooien de asse
in de bak voor mijn neus tot een vorm
van gelegenheidsvisioen. Kijk,
daar heb je haar weer, onweerlegbaar.
Een berg stormt ze af. Zo snel als ze kan,
om de beweging daarin niet te voelen.
Beetje zoals ik doe als ik wekenlang
stokstijf het draaien van de zon
rond mijn hoofd sta te ontkennen.
Beneden gekomen wenkt ze wulps
naar iemand die bleef bovenstaan :
zie je nu wel, hoe makkelijk dat was ?
Geen reactie. Trekt de stof tot een strik
op haar borst : kom je dan niet ? Geen kik.
Ze gaat weg, bergt haar rug in de kast
van dit land. Bovenaan haakt de man
zijn armen uit het kruis & zet de hemel
aan tot spoed, voornamelijk omdat hij dat
elke dag zo doet. Het vervolg laat zich raden :
hij daalt & met hem de massa kreunenden
onder hem. Al die onzin is
& blijft teveel voor een man alleen.

 

 

 

Hongeren op MartRock

zie foto's op http://www.vilt.net/nkdee/graphics/hongerstakingMR2006.jpg

De man op de foto in het midden is een Nepalees die vandaag met andere uitgeprocedeerde asielzoekers in Leuven op Martrock zijn 38ste dag in hongerstaking inging. Vanaf dag 35 ofzo zijn de kansen op blijvende letsels vrij hoog en kan je eigenlijk elk moment doodvallen. Rock till you drop, maar pak eerst nog een hamburger, Wild Thing, de reclameslogans van 'de Stella' beloven alvast veel lawaai voor de beregende consument, de kerk waar de vluchtelingen onderdak krijgen ligt op vreselijk embetante wijze bijna pal in het Martrockparcour.

Zelf ben ik na het nemen van deze foto's maar naar Kessel-lo gegaan, met onze hond Neo gaan wandelen in parkje Heuvelhof. Er was nochtans ook een optreden van een naar men mij zegt niet onaardig groepje met de erg toepasselijke naam Bodycount.
Als de toestand der dingen in onze krimpende wereld zich dermate duidelijk en dicht bij huis manifesteert, hebben politici daar blijkbaar niets aan toe te voegen. Laat ons maar hopen dat de vraag 'hoelang nog' hier retorisch blijft en aldus voldoende is om enige verandering in deze toestanden te brengen.

Aan welk procentje zaten we nu weer? was dat niet 0,25 van het BNP ofzo? 5% moeten we halen, schat ik, ofzo, enfin, soit, alleszins géén geld voor uw right to party

 

 

Joris, of het reikhalzen

[Anke Veld, platform 6 ]

Het samenvallen, de co-index, het lint, het membraan, op het draagvlak van de vergankelijkheid het langste eind.
Trekken, rekken, aflijnen, catalogeren, afromen, verwerken.

Een geluk nog, dat je niets te vertellen hebt. Je kan de woorden (jezelf, het samenvallen, de ....) bij de hals nemen, de klankkast strelen, een snaartje laten plokken, je achteloos van het vragende aangezicht voor je afwenden, een diepe blik betekenisvol naar bedachtzame verten richten, het land van ooitnooit induiken, waar de hoogste melodieën bij de laagste bromtollen kronkelen en onheilstijdingen bij heilsboodschappen de ene eeuwigheid in, de andere uit soezelen en der beider profetens zangbeurten de klanken meesterlijk mengelen, de stijl van de berustend vervloekte hanterend als een objet trouvé, gefundennes fressen voor je van kunst en kennis klotsende maag, je hoeft maar te boeren of er kwakt een pulkje schittering je mondhoeken langs, je moet je taal maar bij de hals te nemen, het velletje betekenis dat zich vormt op de afkoelende pruttelpot is de totale pruttelpot, je lezer ziet enkel het lichaam taal, ze leest enkel hoe je ze streelt, hoe je ze aan je getuitte lippen legt, je hoeft niet eens te slikken, laat het lopen, laat het maar lopen, de ene rivier in, dezelfde rivier uit, de universele pracht van het unieke paard galopperend in de unieke kudde in het unieke universum dat zijn veelheid nooit te boven komt, want wat je zegt is wat je ziet zoals je ziet is wat je zegt, maar je zegt het niet, je kijkt enkel de verte in, bedachtzaam, met die ene betekenisvolle blik, net voor je de gitaar weer in de hoek zet, het meisje aankijkt, je je haar naam herinnert en dus vergeten bent waarom je de gitaar aanraakte als was het dát wat je zeggen wou, je bent er weer helemaal, in de scene, in de kamer, in de met piepschuimen bolletjes gevulde jutte zitzak, hèt attribuut van elke meisjesstudentenkamer in die tijd, samen met de op cirkels van ijzerdraad gespannen doorschijnende lampion die rond de bulbjes geschoven werd teneinde diezelfde studentenkamer van het nodige diffuus licht te voorzien waarbij er gezellig en verwachtingsvol kon worden samengezeten, de glazen halfvol gevuld met de toch niet zo drinkbare goedkope wijn van bij het bakkerswinkeltje dat naast brood ook wat studentikoos aanbood, haverkoeken, blikjes bolognese saus, kwartjes jenever, tampons en, sinds kort, mits de nodige discretie ook wel condooms. Nachtwinkels had je toen niet, je kon nog heel de nacht door in tientallen cafés terecht voor het echte leven, in eender welke kleur of geur, je kon het zo gek niet bedenken, je eigen gekte incluis, of de stad had ergens wel een plekje voor je, naar behoren verlicht of verduisterd, 24 uur op 24.

In dezelfde straat van het huis waar je die zomer je ouders voor je uitjagende richting gretige kotbaas, resoluut voor de zolderkamer had gekozen, diverse vormen van realiteit (het zal er te heet zijn in juni, het tocht er, de muizen houden er huis achter de spaanderplaten, je stoot je hoofd aan de balken, het stinkt er naar rot) van de hand wijzende ten voordele van dat ene woord ´zolderkamer´, in datzelfde steegje richting universiteitsbibliotheek had je ook nog een tweetal uitlopers van de stationsprostitutie, twee met rode neonlampen gedemarkeerde zones van het lage leven, bars waarvan de brievenbus werd volgezeken door elkaar opjuttende naar huis waggelende boerkens van ofwel de richtingen economie, rechten of een verdwaalde handelsingenieur, want wij van de zuiver humane wetenschappen, die in deze straten samenkoekten, wij deden zoiets niet, wij waren immers het echte leven en de ware wereld deelgenoot en voelden voor eenieder daarin respect en erbarmen, zodat wij onze Cioranesk-nihilistisch en bij gepast-alternatieve muziek verkregen dronkenschap van de nodige stijlvolle zwaai konden voorzien. Behalve die ene keer dan, toen iemand op het onzalige idee kwam een tequila-boem avond te houden, waarbij het herhaald nuttigen van een schijfje citroen, een scheut keukenzout dat je van de handpalm diende te likken en een halfvol glas tequila gemengd met tonic dat je eerst diende te bedekken met een bierkaartje en dan middels een forse klap op de tafel in volle schuim achterover diende te slaan, waarbij dergelijke handelingen binnen de kortste keren de trap van de faculteitsbar in een glibberige zee van kots veranderde, zodat niemand noch bij machte was om die af te dalen dan wel te bestijgen. De rest van dat verhaal zal overigens voor eeuwig in een collectieve black-out verborgen blijven.

Zap. Klik. Switch. Herinnering uit, het heden in. Je geeft de huidige regen door, die van medio augustus 2006, hoe die op de tentzeilen blijft nederdalen, hoe die blijft de bedekking van elk terras opkletteren, de veel te hete zomer blijft wegspoelen, straks is het 1 en al zompigheid, seffens rotten alle vruchten al weg voor de herfst er is, dan waait het enkel koude wind over een kale vlakte, dan hoeft de winterse vrieskou niks meer te zuiveren, dan is het land zelf al ascetisch geworden, vol van onthouding, genadeloos zichzelve alle groei ontkennende, boete doend zoals wij bezig zijn te boeten voor onze zonden, voor het al te ongeduldige afpulken van elke beschermlaag op de schoonheid die wij niet hadden mogen zien, voor het onoorbare verkrijgen van een alle wellust vervullende weelde die ons geen ruimte meer gaf nog iets anders te verlangen, voor het heimelijk toejuichen van rampenverwekkende wandaden opdat wij eens te meer ons zouden kunnen hullen in plaatsvervangende schaamte, zodat wij ons de schaarste zouden kunnen kopen die ons in staat zou stellen een hogere productie op gang te brengen om aan deze schaarste een gepast antwoord te bieden, zodat wij wederom konden schitteren door onze efficientie, door onze meesterlijke zelfbeheersing, wij die enkel meer van de onzen verwekken om onze prestaties in het alziend oog van de afwezigheid te emuleren, altijd sterker, immer hoger en vooral veel, veel sneller, alsjeblieft nog een beetje sneller. Wat wij daarbij de in hun laatste uren imperiale macht driest te keer gaande Amerikanen vooral verwijten is dat zij niet grondig genoeg te keer gaan, dat zij onvoldoende duidelijk de beest uithangen, dat zij het monster dat in onze beschaafd opgespannen voorhuid de ene kopstoot na de andere uitdeelt niet voldoende transparant veruitwendigen, slechts halfslachtig incorporeren, enkel op schermen vatbaar en aanwijsbaar maken en ons niet middels een met hoogtechnologisch preciesie aangelegd bommentapijt eens en voor altijd van al die lastige arabieren verlost, zodat wij ten minste op veilige wijze naar de gezuiverde vakantiekampen kunnen afreizen om aldaar luidkeels protesterend ons eigen plekje onder het eigen gat in de eigen ozonlaag te kunnen innemen.

Er wordt ons immers toebereid een gouden aureool, want wij zijn het waard.

15:53 Gepost door dv in 00 alles was beter | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.