04-10-06

Robert Pepperell en het Visueel Onbestemde

Naast het online beschikbare Leonardo Electronic Almanac heb je ook het eerst offline verschijnende moederblad Leonardo, Journal of the International Society for the Arts, Science and Technology. Effie later kan je de meeste artikels ook wel vinden via het archief op http://www.leonardo.info/.

Vol. 39/5 opent deze maand met een artikel van Robert Pepperell die zijn werk rond "Visual Indeterminacy" ofte het visueel onbestemde voorstelt. Robert streeft er bewust naar om tekeningen/schilderijen te maken die wel objecten suggereren, maar niets bestaand of correlerend aan bestaande objecten weergeven. Iets in de schemerzone tussen figuratieve en abstracte kunst, zo zou je het kunnen stellen. Wat Pepperell zoekt is volgens zijn uitleg wat een mens wellicht zou zien, moest ie na een heel leven blind geweest te zijn, plots toch kunnen zien. Het ongebreidelde wemelen der kleuren en vormen los van onze cognitieve perceptiedwang.

Gisteren zat ik in de trein naar een conversatie van vier Chinezen te luisteren. Het auditieve plezier van taal zonder de drang van het begrijpen. De wetenschappelijk-artistieke links die nu in de zoektocht naar het a-menselijke gemaakt worden, waren voor de Modernisten begin 20ste eeuw niet mogelijk. Mede door de opkomst van de informatica is de idee van een 'anderstalige' visuele realiteit denkbaar geworden. Dat komt natuurlijk omdat het generatieve paradigma in de programmatuur, de artificiële intelligentie, begint vruchten af te werpen, resultaten te boeken. Er worden naast onze toptrede andere trapladdertjes uitgeschoven. De mens tuimelt aldus wellicht van z'n laatste troontje af, ook langs biologische zijde, waar een strikte scheiding tussen onze rationaliteit en die van de dieren, of, voor de ruimdenkenden, zelfs van het vegetatieve leven, niet meer vol te houden is. Onze eigen-aanroepen rechten om 'de aap uit hangen' beginnen echt wel te vervallen, wat wij nu met dieren uitspoken begint onze soort op ethische wijze serieus zuur op te breken (lees: het is ronduit schandalig), de manier waarop wij falen in onze planetaire huishoudkunde wordt zo pijnlijk dat we bijna gedwongen worden om te erkennen dat we nietsontziende zelfdestructieve parasieten zijn, untsoweiter..

Pepperell zoekt hier m.i. niet naar de aard van de menselijke ziel buiten het onmiddelijke waarneembare zoals Kupka of naar een kenwijze van de menselijke perceptie, naar het weten zelf in het picturale zoals Kandinski. Eerder lijkt hij mij de grenzen van het humane af te tasten op zoek naar het voor ons onbereikbare (maar misschien wel berekenbare) andere. Het zien in het niet-zien, dat soort zinnige non-sens. Pepperell is natuurlijk niet alleen in zijn streven om deze materie verder uit te spitten, liefst in samenwerking met wetenschappers, het alom befantaseerde interdisciplinaire verband waar zoveel om te doen is.
Al te vaak, zoals hier ook bleek bij de pogingen van Jan Lauwereyns blijft dat verband steken in terminologische misverstanden en wederzijds onbegrip waarbij men blijkbaar langs beiden kanten krampachtig op zoek gaat naar het "Ultieme gezag", een soort geforceerde bevalling van de Waarheid die natuurlijk onmiddelijk doodgeboren is, en aldus, zo denk ik als het moet uiteindelijk uit elke zin de aanvankelijke constructie weg, men noodzakelijkerwijze in een onvruchtbare polarizering belandt.

Huh? Dat dat allemaal nog niet zo goed lukt bedoel ik. Soit.


Robert P. besluit zijn betoog in het Leonardo artikel als een voorhistorisch Wijs Man met Artistieke Allures, erop wijzende dat niet elke contradictie zinloos hoeft te zijn. Je moet betogen in de academische wereld niet volslagen futloos eindigen met een dooddoener, maar het helpt blijkbaar wel.
Enfin, de prentjes op Robert z'n site zijn best aardig, hij verwijst zelf al naar Turner, ik meende met mijn zieke geest hier en daar ook al wat Totaal-Niet-Kunnen op te merken.
Nu, Turner kon daar, zij het op uiterst humeurige wijze, mee leven, zijn na-doodse vriendjes Wornum en Ruskin die de meeste van zijn net iets te suggestieve tekeningen in de Boiler Room van de Tate Gallery opfikten, minder.

In het gedichtje dat ik hieronder bij één van Bobby Pepperell's tekeningen verzon, kon ik naar oud gebruik de objectvorming en zingeving uiteindelijk net niet laten. Dichtertjes mogen dat meestal niet van de tyranieke muze die in hen woekert, de virale bitch die altijd méér wil, sneller, hoger en beter sterven opgehoest wil zien. Die doorgedreven lust naar de talige ondergang komt dan uiteindelijk in Dikke Boeken terecht, u kan het binnenkort wetenschappelijk verifiëren in onderstaande Klepper, de Grote CB ven Hierboven. Ik moet eerlijk en ook Iemand dankbaar zijn: het doet hoedanook verdories deugd dat ik er ook insta.

22:07 Gepost door dv in iets | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.