16-11-06

400 x Matisse, p. 212

femme_au_violon_1921

Nanacht

3, 2, 1: de ochtendwals is opgelegd, het glooit
Waar het glooien moet, de roos is
Roos waar geen mens een roos kon

Zien, het Zijn is niet het zijn zie je
ik heb haar uit de perforaties van je rol
gelicht het duister is wit nu kliederwit zeg

maar je denkt toch niet die vloer
dat blauwe knollenbehang? Kijk, de irritatie,
het wachten is haar zo opgespannen

ze kan het nog wel uren rekken de kam
van haar rug heeft nl. nog de warmte
van haar bekken, zo bv.: o die kras



nanacht

22:00 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.