12-02-07

represailles der bokpotigen (diep in de jus talionis)

De Ceremoniemeester Roept

De hemelen zijn blind en zwart,
& in het zwarte houden zich schuil

  • de van zelfzucht enghartigen
  • de intolerante ruwen,
  • de kleinzielige brutalen
  • de wreedaardige benadelenden
  • de onderkruipige kwelgeesten
  • de sarrende baatzuchtigen
  • de bolstaanden van ferociteit
  • de molesterenden
  • de van vexatie en konkelarij gedonderjaagden
  • de impertinente dwazen
  • de cynische slangeaarden
  • de bloeddorstige provocateurs

De mijzelven,
De rouwenden
Rouwen
& onder wat op de straten ter onafhoudende dood brandt,
Brandt een kind van enkele uren
Met het kneedmondje gezwartkalkt
Op de donkerborst van het moedergraf,
Met de armen vol vuur.

Begin
Dan te zingen
Zing

Dan Gij Stoethaspels:

  • winst baat nijd & gunst baart nijd
  • ongelijke schotels maken schele ogen
  • het is de ene hond leed dat de andere in de keuken loopt
  • twee mussen aan één korenaar verdragen elkander niet
  • de wereld is een kiekenkot
  • de doorn weet zeer wel waar hij steekt in 't vel

Want de een moet je betalen en de andere geld geven. De kaalste luizen immers bijten het hardst, zoals de schurftigste schapen het hardste bleren.

Zing
Hoezeer
Gij mint

hoe gij haar de verpakkingen afwindelen zult
hoe gij haar de levenskrachten ontfutselen
& de kristallijne groeienergieën verdonkeremanen zult,
hoe zij in de hitte van uw liefde uiteindelijk zal droogsudderen
& dan als strotakjes de restjes plots
opfikken zullen terwijl gij danst dat het voorbij is

  • want als de pot gebroken is, maakt men weinig van de stukken

Rookt vrienden mijnVrienden nieuwe vrienden, rookt maar heden de oorlogspijp want oude paarden jaagt men achter de schans en in het doofstommengesticht luidt als vanouds de Gouden Wet:

Doe varkens goed,
dan krijg je spek,
doe mensen goed,
dan krijg je drek.






Azuur verkankert door usura
& uw verzen loenzen puur
de pikdrillen af,

het zijn de
botsoogballekens
van uw eerdaagse kaatsen

hoe gij niet de liefde hoorde
buigen in het barstende bed
van de ware bard

die door het avondland
zoemende de muggen al
voorzong die nu bloedzuchtig

het wit van uw voetzolen belanden
die nergens nog ontstoft lijken te raken
of in de binnenste draaing van uw gehoorgang

doltollen, waar ook het bonken jeukt
van de duivels die uw geliefde
het leven uitneuken terwijl gij

aan uw bezittingen gekluisterd
hangt te dampzweten, heter
en heter uzelf nog tracht

los te wriemelen, maar vergeefs
want het laatste fikken is u al
de hoovaardige haren

ingekropen, het sist al uw
kredietkaarten tot een smeuige plak
pekstank die u zo dadelijk nog de aars

zal worden ingbracht. U smeekt
Misschien dat het stoppen zou,
maar de herinnering leert u

dat uzelf netzomin indertijd
enzovoort
untsoweiter et

cetera

21:38 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.