04-03-07

herschrijfsel van "Conjunctureel", 1999

 

 

DISSIPATIEF

 

 


Constant is reeds
het aanbod van beweging
(het ogenblik nabij
waarop de vraag verstomt)

Kelk
die ik gebaar zich om te keren:
een bodem schilfers dwarrelt neer, de
droge resten gaan in de regenvlaag tekeer. Zie
Magerman, die op de winterhuid van straten
sluipend rot bij 't grauw verderf noteert.

Vocht
dat in vertwijfeling haast
zich opwaarts door de kieren
dwingt. Verlangen heet de angst
het uitstel te beleven waarop je vel
niet langer voelbaar rijmt op hel.

Valk
die op met vrucht beladen akkers
het ritselen van voedsel ziet & verder
niets dan vallen doet: eenvoud lijkt de wet
waarnaar je hand zich richt, je toont
wat mij & jij & haar tot niets verdicht.

Bloed
is als de regen komt: het breekt
de stilstand in de zang van krekels. Hoor
de botte plof van lucht op lucht & het wijzen
van de golven schokkend in haar lijf
naar het eendere einde dat al lang het uwe was.

Constant is steeds
het aanbod van beweging
(het ogenblik nabij
waarop de vraag verstomt).

 

 

 



uit "101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze"
(1999-) 4/03/2007

 

http://docs.google.com/Doc?id=dgv27bzq_0c2hcrv

 

 

 

21:26 Gepost door dv in 2 Lyriek met grote L, | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.