07-03-07

misschien regenen de bloemen nu wel rechtstreeks de zwarte grond in

BEHOUDSGEZIND


wij, onze lijven met andere lijven
bezig zijnde die onder ons gezegd
de lijven van de anderen zijn die
er het zwijgen toedoen, met geen arm dus

buik of vingernagel de rottende code
van ons lieflijk kabbelende gewauwel
uitraken maar ons  wel met de schuld
van hun falen doen betalen voor wat? ach
wel ja o dat,-

wij, die de tong roeren in monden
ons vreemder dan de Slokkende Grot
der Cyclopen of de Stille Kamers van Uw
Smeulende Hart

wij, die onze vingers & armen & benen
aandrijven als een maniëristisch op zilveren
plaatjes minutieus geëtst hyperpluriform gespan
van stroboscopisch in het duister gespieste
lichtaders & waarin wij ons de dagelijkse
stroop bloeden, ons de wanhoop als bloemig verkoolde
inktviskringen inwrijven & alom druipende van vet
nog zó de koele trance des doods bespartelen,
dat het alle muren bespet-
tert, prrt,
prrt... & jazeker

wij, die als voor de wals
in de staalwalserij onze hoofden U schotelen 123
123 dosolmi

wij die ons u - gij
wentelend stalen serpent -
offeren in de hoop uw alles
verhakkelende draaiingen
te kunnen ontsnappen zoals kip
eens ze pastei is geen kip meer hoeft te zijn
& het kakelen eindelijk kan staken

wij vrezen niet, geen, noppes.
het dichten hebben
wij niet nodig.

sorry hè.

 

dv,
01/02/06 22:35 – 19/03/2006 22:12
7/03/07 9:03

uit 101 eigentijdse aanroepingen van de muze

http://docs.google.com/Doc?id=dgv27bzq_0c2hcrv


09:14 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.