15-04-07

opmars der sonnetten


De Vergelding

13 Onheilspellende sonnetten
(in´t zwart geschreven)


o droogte zal (onheil o onheil o)

O, ik die de droogte niet zomaar benoem, schrik
Naar het dorp Is dat de huizen zo kleuren, mij
Heimt die de aardse kleur die de huid zo om ´t
Even de put der wegspurtende krabben.

In het jongetje Wij dat de helmen Er verzamelt, dat
Legt dan die met de kleine gaatjes, die dan met het prut
O & die met de rand rondom de grillige uitwas in
O-vorm van boven geschoten of af vanonderen.

Nog bij een kwal is die Zij zo zij nauwelijks iets al (tsl).
Hé zo ons iets al is dan bv dit slokminderend (slkmndrnd)
Ei dat droog dat de droogte droogt, dat droog is (drg).

In of voor de kleur U of de vorm, niet de roem (rm).
Laat staan het geld: o blauw dat zilte haar pruim (prm).
Ook zomaar o kak dat het lid weerom stofgutst (stfgtst)


zelfs al moorden de aanslagen niet (onddbhssgi & lhi)

Ook dit maar zo kak dat het lid stofgutst ik &
Niet dit mombakkes dat blind woestenij kauwt
dit in zweetuitval stremmende rubberglanspak met
deze de mode van doem de ode omdoende zeden:

bij inval van het heden wij geplatbuisbeeld RGB zijnde
hebben morge plasmaplatbuikjes allen hinase ic enda thu,
sta toch het beeld : de golven opgeverslijken overstappende heldin
spoelt over de golf shoppersterrasjesdopedoden, plast vol

g$d op die in zijn jaren te bibberen begint, daar alles
immers uitvalt Hem 1 per 1, U ook al gij Brute Mohammed
& Gij die uw Jezeke stookt van de zonderdaagse

lanceerplatformen de brandstof in de beuken
het geil in de rokken O kinkels roept zij het Kind
in de roestig met realiteit bevlekte Ontvangstarmen


de ikbarst de ik barst de i k br s t

Kom in de rosse die met de realismusmuis haar belikte Ontvangstbenen
Wijds open & Plug uw plooizang in dit de bloedeloze omloop het Volk:
Neem k1 is met uw zaden i (x1,x2, tot xn), k2 is met uw cellen s
(y1,y2 tot yn), dan is ik1 de mond in bij k2s meestal gelijk of

groter dan k2s minus het bloedeloze met k1 erin. Waarheid
loopt om & om & in de ommegang kent men zijn vrienden.
Haan kraaie, hen legge, zo is de voortgang der pennen:
is de kam gekomen dan zwijgen ook weldra de hennen.

Kont is U de roestige draad uit? kunst is ons het zwijgen af te vangen.
Bevlekt immers niet het ik zich wie dan Wodan hoedan homaar?
rukt het mij niet de harten uit? niets ist nog, enkel het koper bestaat,

het koopt op, loopt, hoopt op verlossing in aftelrijmpjes, worst om het vel
in te binden, te wijfjesstrikken a.h.w.. 321, O minne, ziehier de er-volte:
Barst in dit hoofd & ik zal u graag al het zijnde in zinnen verstillen.



in het verhaal niet

De barst in het hoofd waarmee zij gaarne al het zijnde in zinnen zouden
Verstillen. Het verhaal niet dat niet begon, niet verder ging, niet eindigde, het
Nergens daarvan dat de diamantair de brandkast insluit alsof het hem zijn
Vriendin terug. De steeds langer wordende verzen in een unheimliche reeks

Sonnetten. Het zomert midden april, misschien moeten we 's praten jij & ik.
Het toch zo niet verder, onze kinderen. Hoe schrijnend dient hierboven,
Hiernaast : uit het kader. Hieronder in de knieschijven tegen de tafel aangeplet.
U te ontschermen, vooraleer u nog eens, mij nog eens, 1 van de Onzen recht

In de ogen durft te kijken & te beweren dit dit maak ik voor u dit is de droom
Waaruit je nooit meer ontwaken zal
dit is wat je moeder & ik al die jaren zo
Hard, ons de vakantiedagen als Spartanen ontzeggend ons de Spaarlampen

Indraaiend hen allen met vaders zwarte gelden de stickers alle 11 aangekocht .Ja
Geloof ons kindje wij zijn het niet, wij hebben het beste ach het zijn is de ander, sluit
wel nu je ogen ajb, kijk niet meer op nee niet ons aan niet in het verhaal kijken aub.



ontbreken het onsamenhangen de (de nietsbarende n-w´en)

hebben. Bear mayo holland dyon een schier middeleeuwse malaise is het dit
virale, van alle staten het meest voortreffelijke onderwijs ten spijt loopt
het bij het begeleid de zee inlopen vooralsnog fallikant mis:
Ik, in alle oorden de kwijt, verhard (t) wel tot een degelijk jijlijk

maar je kijkt effen weg & zó misvingerhaakt zich 1 der schikgodinnen &
lap, je zit vreemd te stoelen, de gang is er uit met een stel onbekenden
in de treintube een vreemd land te doorrazen, de punt 50 meter voor
je de staart 120 naar achter. Mensenkruimels in de opgestropte maagringen.

Gebruiksaanwijzingen bij het landinwaarts golfslingeren van het Beest.
Het gromt ter duiding van het dejà-vu, vermoedelijk het zomerproza dat
de klimaatsschommelaars terwille te vroeg inzet. De subtiele verheffing

van vers opengeplooide roestvaten in het gras, een brede tak met volle
bloesems hangt zwaar de weide te beslagschaduwen. Geen. De tijd loopt af.
Het grauw mort. Bloedstank, bekken bekken dat ze toch niets te verliezen



low

22:43 Gepost door dv in 0 koperen potjes: | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.