11-07-07

du bist ein ever est (# 149 c)

Hangt niet egaal het vlak aan de hanger?
Gaapt niet uitdagend het gat in de slaap?
Slingert nerveus niet de lijn op het laken?
Het velletje bengelt alleszins aan de lip.

De spits priemt al wolken aan torens.
Het punt glimt de glans hoog op de kin.
Het bollen van zeilen kraakt helder blauw open
in het midden de waanzin der immer zwellende zin.

De hand van de macht heeft overal de hand in.
Elk torso ziet hiervan klaar het vingerwijzen in.
Op de markt maakt het water de spraak uit.

De één is niet de ander, beaamde de ruiter
& de ander, zei de ploeger, zeker niet de één.
& ik dan ? opperde ik. Geen woord hield mij bijeen.

20:43 Gepost door dv in 1 Anke Veld, | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.