14-07-07

Viktor's bijdrage aan de Kathedraalse Leer, een ladder van li in het ul

vx

Het bestand Velimir Chlebnikov op de Nederlandstalige Wikipedia heeft op wonderbaarlijke manier plots enig volume gekregen.

Je zou je kunnen afvragen wat een hedendaags dichtertje als ik bij zo'n oude Modernist te zoeken heeft, in deze al vaneigens voldoende veranderlijke tijden.

Hier dus in pure webstijl , wat ik daarover zo vlugjes kan bedenken, afgezien van het onweerstaanbare tekstplezier natuurlijk dat je aan Viktor V. Chlebnikov hebben kan:

  • frisse manieren om om te gaan met intertekstualiteit. Tekstobjecten als 'levende' code, generatieve omzettingen van het ene systeem naar het andere (bv vogeltaal naar godentaal naar Vlaamsch) en bijgevolg ook 'generaties' van dergelijke objecten, de mogelijkheid van algoritmisch bepaalbare genotypes, hoe je die kan laten opduiken.

  • inspiratie / mogelijkheden van methode-ontwikkeling voor creatie-bevorderende tekst-tools, bv de drietraps anagrammen methode hieronder toegepast op het Achterberg gedicht. Het komt er niet op aan om objecten te gaan remixen, dan krijg je gewoon meer pulp, de methode dient de eigenlijke flow uit de code te murwen en ze in een nieuwe code duwen. Die hele remixheisa hangt overigens driewerf mijn botten uit. En dan nog bij tijd en wijle gaan zeuren dat de eigendomsrechten van het tekstkapitaal op de helling staan. Foei, gij stoute dichtertjes! Daarentegen:
    • Zoals etymologie plot weer interessant wordt (alsof het dat ooit niet geweest is), wordt de in (post)-structuralistische context verbanvloekte systeemdwang die Chlebbie de taal oplegt ook weer plots interessant, immers
    • het linguistische veld, de loutere semantische potentialiteit, wordt door Google weer opengerukt: niet het woordenboek maar de search results maken uit wat die semantische potentialiteit is, er is dus sprake van een nieuwe universalisering van het taalgebruik. Taal = wat je middels UTF-8 codering het scherm opgekliederd krijgt (als het dan écht moet UTF-16, hoor je de nerd-slaafjes bijna denken). De rest is analoge Blubber. Een 'natuurlijk' respons op die codeerdwang is natuurlijk het opzoeken van de semantische ruimtes onder de morpheem en zelfs onder de foneemgrens. En het succes van de podiumacts is in die context ook niet echt bevreemdend...
    • terzelfdertijd is het programmatorische paradigma een soort raster-in-opmars, waarachter enerszijds de onschadelijk gemaakte gebruikstaal enkele functies van het romantieke enfant sauvage toebedeeld krijgt en anderszijds de autonoom opererende globale netwerken als Chlebbie's supra-rationele ZaOEM met de betekenaars zelf gaat spelen. De Code wordt dan de (machinaal opgelegde) norm ('wees be-Amazon-boekd of Gij Zijt Geen Dichter') die met overgave in de burgerlijke wetgevingen ('We hebben toch Duiding Nodig') en sluimerende fascistoide neigingen ('Schrijf bruikbare Populistencode of we pakken u')haakt, het keurslijf van de beurse reden, het Select All/ Press Delete van de geobjectiveerde oorlogsmachine etc. Zo zie je overal Landelijke 'artiesten' op zoek gaan naar de performantie van combines van de Snottebellen-wedstrijden: als de Kunst (sic) zinvol wil zijn moet ze Duidbaar zijn, dwz zich opstellen als bruikbare Code, er moeten éérst Artist Statements zijn, dán kan de Oprukkende Subsidie Komen

  • neologismen, ongebreidelde taalcreatie als middel om de commerciële taalverstarring tegen te gaan, de op fixatie gerichte transcodering van programmatorische paradigma's op het dagelijks taalgebruik, in de dagelijkse leefomgeving. Veel taalgerichte creativiteit verzandt en verstart, het wordt een broze en al te roze kam waardoor het eigenlijke leven, de performante code doorstroomt. Die stroom maakt dan de gedicteerde orde van de dag uit, hoe het literaire idioom erdoor afgebroken wordt, hoe die egaliseert tot een stompe klepel in de snelwaterbaan.

  • een poging tot deblokkeren dus van de tekstmachines door voortdurende woordcreatie, ook onder de morfologische en fonetische afbakeningen door, ingrijpen in het louter neuro-fysiologische proces, het cognitief bestudeerbare stromen van de klank-tot-woorden zelf. Een beweging naar het schizofreen loskoppelen van de klank met de heersende betekenissystemen en weer terug.
    Je mag hier best spreken (ahum) van een duidelijke ecologie van het woord, een ´groene´ visie met oog voor de natuurlijke auditieve biotoop van het gemetselde woord. (Zie ne keer, als dat niet politiek recupereerbaar is, dan weet ik het niet, Madame Dua, ma cher Vera, ´k zal u straks wel een factuurtje sturen)

  • de cyclische tijdsopvatting, naar een ont-individualiseerde en a-finale tijdsbeleving, gericht op het aanvoelen van tijdsgolven dus, los van de erop geconstrueerde nep-bestemmingen, het doorstromen veeleer van de energieën door de psychologische ik-constructies, het duiken in de rivier tot de rivier het duiken is en het duiken het bedrukte ik

  • de scheeftrekkende aangehouden tongkus met het volk, het Nozh ('mes') van het Narod ('volk') snijdt in de Tong, de Tong Spartelt, mist haar Keel, en wil eender waar induiken, Vis worden als het moet, een Mama-Bot als Grass dat zo wil, untsoweiter.. Tja wat moet je daar uiteindelijk mee, zelfs in een HemelNet.
    Moet er hier dan gaan ge-sjamaand worden, het elitaire profetisme nieuw leven ingeblazen? De Kar weer voor de paarden ingespand, of hoe ging dat weer? Nee toch, maar de vraag blijft : wat kan je nog met die dingen aanvangen? Zitten er nog calorieën in die helaas bedorven reepjes spek? Je krijgt alleszins hier nog 's het langvergeten en deugddoende gevoel dat iemand ooit 's iets aan dit dichtersleven heeft gehad, dat er in pure afwezigheid van Jodie Foster toch Contact was van de dichtersziel met het - eek! - reële leven, ondanks alle modernistische propaganda, het al te groteske getheoretiseer...

    Maar ja, wie is hier dan zodanig de slimmer-ik? Moeten wij persé de getormenteerde Velimir om zijn getallengepriegel gaan uitlachen? Zouden we er niet beter aandoen er de monadische Waarheid van in te zien, die in alles vergelijkbaar is met onze eigen Duistere Middeleeuwen, die tussen Onze Ogen? wij doen ook meestal best wel leuke dingen verpakt in hopen dwazigheid en zelf-inflatterende poeha, waarvan de finaliteit, zo wij ze zouden toelaten, zo wij ze móchten toelaten, zonder uitzondering iets met bloed, slijm en rottende lijken is. Niks mis mee, maar je moet het wéten wel, natuurlijk, het je er op zoniet pijnlijke dan toch licht storende wijze van bewust blijven. Dat soort 'je'. De blote teen van Ismaël in het ideale bed.


22:15 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.