26-08-07

tekstje voor bij de D-prent van het ELfabet

 

De ogenblikken dat het ons lukt de eigen beperkingen te overstijgen & op raadselachtige wijze aan de droefgeestigheid van onze beklemmingen een elan weten te geven waarmede het buitenschermige als bij toverslag aandrijfbaar lijkt, of tenminste troostbaar, als we door stom toeval of door jarenlang tegen dezelfde vermolmde werdegang aan te schurken met onze metallieke krabbertjes, als we al schuimbekkend aan het gepruttel van onze zieledroesem een zeker patina weten te ontlenen of er als bij toverkollen eertijds, toen er nog diepte was in het bos waar die konden gedijen, wat goudstof opdwarrelt uit de papierverpesterijen die we met zichtbare protserigheid de wijde wereld insturen, als we her en der de restjes niet-onaardig buitelvertoon & gekke-bekkentrekken in de spiegelcode's van onze voorkeur, waarover we alwetend doen alsof we ze zelf hebben uitgevonden & ze ons niet door onze eigen lamlendige luiheid worden opgedrongen, als we er in slagen om al dat naar humane warmte walmend afval in één of ander potje samen te drukken, als naarstige-betweterige apothekers met rheumavingertjes het waardevols eruit kunnen stampen zodat we enkele lichtgolfjes overhouden, die we weliswaar niet kunnen in onze pollekens vasthouden maar na enige oefening toch kunnen bezigen/bezingen/bepleuren om er enkele lichtstralen die toevallig de juiste richting uitgaan mee te bekleden & wel zó, dat we een schijnsel hebben dat we als inzicht op de schermen kunnen pasten, in de hoop dat anderen er misschien één van als een barstje gaan herkennen in het onmetelijke, met tonnen Knaupf geëgaliseerde vlak van onze enggeestigheid, die wanhopig de wanhoop om ons eeuwige falen op falende wijze wil verbergen, een deukje in de staalwanden van onze eigen-ontworpen celletjes, ons eigen gelijk eerst dat overigens altijd eerst naar het ongelijk van de andere wijst, die ogenblikken, lieve schermbladaanklevende & zo fijntjes rood-beaderde halmpjes van me, die momenten zijn op 1 hand te tellen, en daarom is het zaak om op zijn minst te proberen daar enige systematiek in aan te brengen, een beweging pogen op gang te brengen die , hoe zwak of tot zichzelf beperkt ook, in haar eigen in verwaterend of  uit onmacht op vertederende wijze tot van die alom aanwezige kibbelrimpeltjes verstervend, kan resulteren in een situatie die minder aan die eeuwig-menselijke fictie van het toeval laat afhangen om wat méér gebruik te maken van de verworvenheden die we desondanks in grote letters op onze pietluttige namen (zouden) kunnen schrijven.

Want hoe je het ook draait of keert, zó loemp zijn wij niet, wij hebben meer dóór van onze verderfelijkheden dan we zelf ooit toegeven & we weten ook best wel dat dit onafgebroken rondhossen op de nieuwste beltonen van de commercie ons geen stap verder helpt, niet dat we ooit zouden weten naar waar, maar waarvan wég, dat zou zo onderhand toch al wel mogen duidelijk wezen.

Soit, de etensbel gaat hier, ik ga maar 's een boterhammeken eten.

 

ELfabet_D_400

12:05 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.