20-09-07

gedichtje voor tijdens het herstarten van windhoos vista

Eilandpraat

Het zicht is op
de kamer, af, ze
zweemt naar
is het dit ja dit is

het lamlendige lallen van
de Grote Boze Wereldspraak.
Het pfft terwijl je in de armen

gaat, het been je stampvoets
wordt verlegd, de gloed
genaamd hier ben ik dan
je stoppeltenen aanglijdt.

Wie wou er hier dan warm
zegt wie & wat is dat?

Wilde verslingering
tot de verheldering
van wij, een onsje ik,
ons plakkerig in & oh &

op & sjonge toch -
da's voor de was,
gewis-  ontstaat,

ontstond. bij g*d wat
is het toch weeral zo
hemeltergend laat.

22:14 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.