22-09-07

het lachen van la Garce van Naevius

het wicht van de archaisch latijnse komedie schrijver Naevius is volgens Pascal Quignard een soort goedlachs hoertje dat op een zonnige zaterdag als deze een  einde vermag te breien aan de in de taal verankerde 'destresse' van de nominatie, het gewelddadige dat met elk noemen alle kansen op ware communicatie aan het individu ontzegd, de onvermijdelijke 'bad ending' aan elk verlangensverhaal zoals dat van het meesterlijk Délie van Maurice Scève. 

 Die onaflatende 'movement de nommer', waarvan elk individu slechts een onvruchtbare Dehiscentia is (een soort afgescheurd stukje schimmel) kan echter ook gecounterd worden door een positieve dissolutie van het ik in de veelheid van een anders-beheersbare potentialiteit.

 De voorwaarden voor het aanvatten van een zoektocht daarnaar liggen allemaal in het verlengde van een shift in de perceptie van het reële, een afwijzing van de ons opgedrongen finaliteiten, een radikale openstelling van de veelheid in plaats van het  in zichzelf verkankerende egocentrisme dat niet zozeer een egoisme is (ook ook, natuurlijk, we moeten niet naief zijn) maar vooral toch een angstreflex van het bedreigde ikje dat haar integriteit voortdurend aangevallen en belaagd weet. Elk spel in het sociale veld zet telkens weer de identiteit van dat ik als quantum ( en louter als dat) in, omdat dat nu eenmaal de regels van het kapitale spel zijn.  In de perversiteit van de zich dan ontwikkelende voorspiegelingen wordt de eigen sterfelijkheid weggemoffeld in een eindeloze projectie van voortgang naar het volgende level. Bij gebrek aan eindig perspectief kan de persoonlijkheid niet anders dan instorten, de plofjes aggressie die je dan alom in de machines geroepen ziet. Sure, ook daar wordt aan gewerkt, aan de opvang en recuperatie van dat soort ultieme negativiteit, maar moeten we daar dan lijdzaam op blijven staan kijken, met het soort vertrippeld cynisme dat we ons intussen hebben eigen gemaakt? Plankgas met de SUV  in de wetenschap dat er toch een ploeg betonkrabbertjes klaarstaat?

Ik dacht dat we hier en daar toch nog iets slimmer waren.
&, ahum, 'humaner'.

Vanuit dat soort diagnose is er naast een kans om het weer eens & nóg grondiger te verknallen, ook de mogelijkheid om met  reeksen van ingrepen stelselmatig de stroom de goeie kant op te duwen,  infusen te plaatsen waar ze niet anders kunnen dan kanaliserend werken, verhardend,  de uitwegen verduidelijkend, het hars uitzetten daar waar het  kan aarden. Het eerste wat we moeten afleren is voor zover een dom dichtertje met een al even dom hondje daar zicht op hebben, is toch wel  dat ellendige hameren op een fictief tekort,  die rotte, eng-kapitalistische noodzaak van het in stand houden van het voortdurende gebrek.

Kinders trekt uw frigo's open: het staat daar te stinken naar een onnoemelijk teveel.

Autrement dit:


feuvert

de vortex van de voortzetting
fermenteert tot een pruttelige fictie
de fixatie in het 'en soi'
 
de bloem geprangd
tussen de beide polen
van het ik-jij 
 
waaruit niets dan het Niet
ontzegbaar is:
 
Vouldrois je bien par mon dire attraper
Ou à mes voeutz efforcer ma Maistresse
Je ne le fais sinon pour eschapper
De cette mienne angoisseuse destresse
 
 
Schoon, maar het pruttelt maar wat
tot het uitgeprutteld is.
Waar we zijn moeten is het niet een zijn, maar
is het ik zijn ik aan het ontzeggen in een je
dat pas dan ontstaat 
in de veelheid van het nu, een zullen we
van eerder al, een zou je niet ter wille van
terwijl er niemandal
voor eigenheid aan bruut geweld
dient te versagen.
 
 

14:36 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.