17-07-07

hoe ho

hiho

22:01 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

hoe wij het zijn zijn zo zijn wij

 

ho

ik ben het plastic zeil ben ik ben oranje nu
waarbinnen letters bliksemen binnen in
          binnen ons & onder het gedonder

ik ben de wagen de groene wagen ben ik
ik die achter ons & wij wij zijn de straat
         waarop de wagen gaat
                     de wagen gaat

waga wagw wg

 

ik waai in plastic zeilen naar het zand waai ik
onder plastic schuilt het hoopje zand ik ben
         het zand het zand ben ik
                     ik was oranje

modder straten stenen brengen ons de mensen
zie ik zie ze lachen om ons twee wij zijn nu
        binnen in je ik teh plicsta
                    rokanwa jiso

jsiso sji jsi js ji i

 

hihihihihihihihihi hihihihihi hihihi hihi hi hi
upupup pupu pu up pe pilo po po lopip o
poela pielo pala piepsake sakoe pieps a
        sake da soeka oepla
                   poela toma
                    toemoe

hihi hi

 

21:42 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

nog kinderverzen

 

EEN PAD VOOR TOON

boom boom boom boom
boom boom boom boom
boom ik      boom boom
ik ben in het bos bij de

boom. En kijk:

boom boom          boom
boom boom          boom
boom          boom boom
boom          boom boom

er is een pad in het bos!

20:59 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-07-07

Toch wat bijlezen in de zomervakantie

Waan Voos Mis

Op de straat ligt een hoop.
De hoop is nat. Is de hoop
de kat? De hoop is de kat.

De kat is dood. De
kat is nat. De
kat is dood en nat. Kwak
kwak gaat de kar.

De hoop
kat is zó
weer plat.

09:54 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-07-07

Viktor's bijdrage aan de Kathedraalse Leer, een ladder van li in het ul

vx

Het bestand Velimir Chlebnikov op de Nederlandstalige Wikipedia heeft op wonderbaarlijke manier plots enig volume gekregen.

Je zou je kunnen afvragen wat een hedendaags dichtertje als ik bij zo'n oude Modernist te zoeken heeft, in deze al vaneigens voldoende veranderlijke tijden.

Hier dus in pure webstijl , wat ik daarover zo vlugjes kan bedenken, afgezien van het onweerstaanbare tekstplezier natuurlijk dat je aan Viktor V. Chlebnikov hebben kan:

  • frisse manieren om om te gaan met intertekstualiteit. Tekstobjecten als 'levende' code, generatieve omzettingen van het ene systeem naar het andere (bv vogeltaal naar godentaal naar Vlaamsch) en bijgevolg ook 'generaties' van dergelijke objecten, de mogelijkheid van algoritmisch bepaalbare genotypes, hoe je die kan laten opduiken.

  • inspiratie / mogelijkheden van methode-ontwikkeling voor creatie-bevorderende tekst-tools, bv de drietraps anagrammen methode hieronder toegepast op het Achterberg gedicht. Het komt er niet op aan om objecten te gaan remixen, dan krijg je gewoon meer pulp, de methode dient de eigenlijke flow uit de code te murwen en ze in een nieuwe code duwen. Die hele remixheisa hangt overigens driewerf mijn botten uit. En dan nog bij tijd en wijle gaan zeuren dat de eigendomsrechten van het tekstkapitaal op de helling staan. Foei, gij stoute dichtertjes! Daarentegen:
    • Zoals etymologie plot weer interessant wordt (alsof het dat ooit niet geweest is), wordt de in (post)-structuralistische context verbanvloekte systeemdwang die Chlebbie de taal oplegt ook weer plots interessant, immers
    • het linguistische veld, de loutere semantische potentialiteit, wordt door Google weer opengerukt: niet het woordenboek maar de search results maken uit wat die semantische potentialiteit is, er is dus sprake van een nieuwe universalisering van het taalgebruik. Taal = wat je middels UTF-8 codering het scherm opgekliederd krijgt (als het dan écht moet UTF-16, hoor je de nerd-slaafjes bijna denken). De rest is analoge Blubber. Een 'natuurlijk' respons op die codeerdwang is natuurlijk het opzoeken van de semantische ruimtes onder de morpheem en zelfs onder de foneemgrens. En het succes van de podiumacts is in die context ook niet echt bevreemdend...
    • terzelfdertijd is het programmatorische paradigma een soort raster-in-opmars, waarachter enerszijds de onschadelijk gemaakte gebruikstaal enkele functies van het romantieke enfant sauvage toebedeeld krijgt en anderszijds de autonoom opererende globale netwerken als Chlebbie's supra-rationele ZaOEM met de betekenaars zelf gaat spelen. De Code wordt dan de (machinaal opgelegde) norm ('wees be-Amazon-boekd of Gij Zijt Geen Dichter') die met overgave in de burgerlijke wetgevingen ('We hebben toch Duiding Nodig') en sluimerende fascistoide neigingen ('Schrijf bruikbare Populistencode of we pakken u')haakt, het keurslijf van de beurse reden, het Select All/ Press Delete van de geobjectiveerde oorlogsmachine etc. Zo zie je overal Landelijke 'artiesten' op zoek gaan naar de performantie van combines van de Snottebellen-wedstrijden: als de Kunst (sic) zinvol wil zijn moet ze Duidbaar zijn, dwz zich opstellen als bruikbare Code, er moeten éérst Artist Statements zijn, dán kan de Oprukkende Subsidie Komen

  • neologismen, ongebreidelde taalcreatie als middel om de commerciële taalverstarring tegen te gaan, de op fixatie gerichte transcodering van programmatorische paradigma's op het dagelijks taalgebruik, in de dagelijkse leefomgeving. Veel taalgerichte creativiteit verzandt en verstart, het wordt een broze en al te roze kam waardoor het eigenlijke leven, de performante code doorstroomt. Die stroom maakt dan de gedicteerde orde van de dag uit, hoe het literaire idioom erdoor afgebroken wordt, hoe die egaliseert tot een stompe klepel in de snelwaterbaan.

  • een poging tot deblokkeren dus van de tekstmachines door voortdurende woordcreatie, ook onder de morfologische en fonetische afbakeningen door, ingrijpen in het louter neuro-fysiologische proces, het cognitief bestudeerbare stromen van de klank-tot-woorden zelf. Een beweging naar het schizofreen loskoppelen van de klank met de heersende betekenissystemen en weer terug.
    Je mag hier best spreken (ahum) van een duidelijke ecologie van het woord, een ´groene´ visie met oog voor de natuurlijke auditieve biotoop van het gemetselde woord. (Zie ne keer, als dat niet politiek recupereerbaar is, dan weet ik het niet, Madame Dua, ma cher Vera, ´k zal u straks wel een factuurtje sturen)

  • de cyclische tijdsopvatting, naar een ont-individualiseerde en a-finale tijdsbeleving, gericht op het aanvoelen van tijdsgolven dus, los van de erop geconstrueerde nep-bestemmingen, het doorstromen veeleer van de energieën door de psychologische ik-constructies, het duiken in de rivier tot de rivier het duiken is en het duiken het bedrukte ik

  • de scheeftrekkende aangehouden tongkus met het volk, het Nozh ('mes') van het Narod ('volk') snijdt in de Tong, de Tong Spartelt, mist haar Keel, en wil eender waar induiken, Vis worden als het moet, een Mama-Bot als Grass dat zo wil, untsoweiter.. Tja wat moet je daar uiteindelijk mee, zelfs in een HemelNet.
    Moet er hier dan gaan ge-sjamaand worden, het elitaire profetisme nieuw leven ingeblazen? De Kar weer voor de paarden ingespand, of hoe ging dat weer? Nee toch, maar de vraag blijft : wat kan je nog met die dingen aanvangen? Zitten er nog calorieën in die helaas bedorven reepjes spek? Je krijgt alleszins hier nog 's het langvergeten en deugddoende gevoel dat iemand ooit 's iets aan dit dichtersleven heeft gehad, dat er in pure afwezigheid van Jodie Foster toch Contact was van de dichtersziel met het - eek! - reële leven, ondanks alle modernistische propaganda, het al te groteske getheoretiseer...

    Maar ja, wie is hier dan zodanig de slimmer-ik? Moeten wij persé de getormenteerde Velimir om zijn getallengepriegel gaan uitlachen? Zouden we er niet beter aandoen er de monadische Waarheid van in te zien, die in alles vergelijkbaar is met onze eigen Duistere Middeleeuwen, die tussen Onze Ogen? wij doen ook meestal best wel leuke dingen verpakt in hopen dwazigheid en zelf-inflatterende poeha, waarvan de finaliteit, zo wij ze zouden toelaten, zo wij ze móchten toelaten, zonder uitzondering iets met bloed, slijm en rottende lijken is. Niks mis mee, maar je moet het wéten wel, natuurlijk, het je er op zoniet pijnlijke dan toch licht storende wijze van bewust blijven. Dat soort 'je'. De blote teen van Ismaël in het ideale bed.


22:15 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het is een Siemens geworden (met 5 jaar waarborg)

FATUM

Plaatsen, waar ik nooit meer aan dacht,
staan soms ineens geduldig open.
Als ik er in zou kunnen loopen,
was ook de tijd teruggebracht

tot onverbruikte mogelijkheden.
Maar ik ben met mijn lot op weg,
dat mij de pas heeft afgesneden
naar hun vervulling in heg en steg.

Gerrit Achterberg, uit "Cryptogamen" 1946, p.175



THE PAST AND FUTURE TENSES OF SENTENCES THAT HAVE NO GRAMMATICAL SUBJECT

1. Het Lot als de Geworpenheid, een euh, uitleiding van soorten

Thomas Stearns Eliot beweert ergens, in Tradition and the Individual Talent denk ik, maar mijn donker grijs-glanzende exemplaar van zijn Selected Essays is jammerlijk bij een verhuis ooit verloren gegaan - dat zijn tijd, en bij uitbreiding ook de tijd dat ik een broekie was en in de studie van het college tijdens de speeltijden in zijn boekjes zat te neuzelen, dus ook wel toch nog een beetje onze tijd, niet geschikt was voor het voortbrengen van 'klassieke' auteurs, onsterfelijkheden van het gehalte van Dante, Shakespeare, Malherbe, Milton, enfin de pletwalsen uit het Grote Namenboekje van de Westerse literatuurgeschiedenis.

Toen ik dat las voor het eerst werd ik daar behoorlijk sipjes van. Mijn grote idool haalde vette strepen door de Rekening. Wat voor zin had het nog om zich verder met het Lettergekletter in te laten, als de Top sowieso Buiten Gebruik was? Was ik dan gedoemd om de rest van mijn leven ziek van verlangen in de afgesloten Lingerie-afdeling te slijten, elke opwinding bij voorbaat beperkt tot een virtueel indenken van spannende lijfgeurtjes in de dode Stof der vele topjes en slipjes? Was het alom geroemde straffer-dan-marmer van Horatius in feite de perfect gevormde sluitsteen voor een voor eeuwig afgesloten Alkoof, een gladde pletsplaat voor het klotsende stuklopen van puberhoofdjes, met de Ars Poetica eronder als sierlijk gegoten bronzen opvangbak voor hersen-, slijm- en versjesresten? Exegi monumentum aere perennius, en de rest, de sukkelaars na mij, kunnen het wel schudden?

De puberale nonsens wolkte wonderbaarlijk in mijn brein. Er schoten flitsen inzicht uit, die zich met de stevigste stellingen konden meten van één der roemrijke kerkvaders, wier martelgangen in dienst van het Heilige Rijk in de talloze boekdelen beschreven werden, die als restant van de oude paterorde nog in de bibliotheek van de studie stonden opgesteld.

Maar uiteindelijk, in de volle aanschijn van het stille punt der onTijd, waar ik met mijn talloze fantasievriendjes wél mocht mede-Quartetten, kon ik niet anders dan den Angelsaksischen Meester gelijk geven. Zelfs de aloude katholieke orde verkeerde dusdanig op evidente wijze in verval dat elk verzet ertegen, daar waar er bij Vadertje Claus nog mosterd kon gehaald worden misschien, meteen in de welig tierende slijmtentakels van het Empathische Begrip en de Vanzelfsprekende Ruimdenkendheid der Lustig Vegeterende Paterkens werd gesloten, een Versmachtende Omarming in Liefde waartegen geen kruid gewassen bleek. Ach lieve geperverteerde papierlozen, ik zal u de taferelen van Grootse Menslievendheid besparen die ons tijdens de vlokkerige retraites te beurt vielen, maar toch dit: hoedt u ten alle tijde voor de Macht van het Vers uit de Warm Walmende Muil van Liefde!

Ook bij het aanschouwen van de artistieke kronkelingen van de kroeglopende, wietpaffende en alreeds op de strakke borstjens van de laatstejaars van het naburige meisjescollege geilende leraren Nederlands, waar zij overigens pas een jaar na mijn promotie tot Germaanse Kotbewoner vrije doch heimelijk te gebruiken toegang zouden krijgen, was alras duidelijk dat enige uiting van onvervalste grootsheid meteen door het volop rottende jutte kleed van de traditie zou schieten, de Gapende Leegte in, waar Ruyslink met vette klauwen naar de tienerzieltjes greep, of, o gruwel, Vandeloo het Nederlands op sobere doch indringende wijze tot pulp verhakselde. In dit moeras hielden zich slechts de dappersten staande, een afgetrainde classicus zoals de heer W., bv, die kon mij nog enige seindraden met het Tijdloze Verzet bezorgen, slierten Broncode waar ik nu nog dankbaar gebruik van maak.

Van het opspannen der Lier echter, zoals de later ontdekte Ponge veelal stond te boutaderen, zou hier hoegenaamd geen sprake kunnen zijn, toch niet binnen de korte tijdsspanne die voor mij lag, het te Lijden Leven, de Af te Gane Gang, de immer langzamere uitdeiningen waarvan u hier de meest misselijkmakende niveauverschillen dient te doorstaan.

Maar vrees niet, gij lieve glasbeduimelaars, het Einde is nog lang niet in Zicht, het kan nog erger, wat Was is slechts een flauwe voorbode van het Groteske Erger dat u & ons allen helaas te Wachten staat.


euh, het budget voor het verder schrijven aan Anke Veld is helaas opgesoupeerd door de onfortuinlijke uitval van ons wasmasjien - dien oude Bauknecht die al die jaren zo hondstrouw in het erg onduitse washok met onze onfrisheden ter verschoning te zwalken, zwieren en droogbibberen stond, haperde bij het afhaspelen van die witwaspraktijken op storend voortdurende wijze tussen "ik heb iets van Spoelen Maar" en "Was het nu 80, 90 of simpelweg kookwas"-, dus dien ik mij prozagewijs deze zomer te houden aan wat pseudo-autobiografisch gezwam rond de Bronnen der Werken (opera)

Enneuh, fraulein Siemens, als ge nu de goedheid zou hebben,..., een nabesprekingske eventueel dat zou nog kunnen als uw protuct hier geleverd is, ja'k wil 'k ik daar wel eu fotooke bijzetten...

op mijn Paypal is goed ja .. auf wiederzien jaja tanke , ja gaan tanken ook nog viele leute lank wachte hé, ...

14:58 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-07-07

Ruis, gij zwarte zeilen van de tijd

ruistScan550

10:28 Gepost door dv in prrt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |