|
17

O sjakkes daar gaan we weer. Wat? Niets. Dus? Punt. Hu? Punt, verlangend het punt Lijn wordt, dat ter somme der punten zich spiegelen moet, ontdubbelen Vervlakken. Moet opschieten, de ruimte in, wie zal er anders heden de daagse Huiver wekken, wie de gedachte Nacht de bij bussen voltallig belichtte Verschrikking? Steekt het repeteergeweer met de veelkoppige spin al maar in, hijst hoog de trompetten, zwengel aan de steeklieren & bol de aarskaken in de heilige sophar, we zijn weer Plena populo voor je het weet & weer wenende weent het dra al de nieuwe nacht In, schade, de scheve schede weet u, De kromming & bijgevolg de rood…

Onbegrijpelijk eigenlijk: geen stroom, Stroom, véél stroom, teveel stroom, Geen stroom, stroom, véél stroom, Teveel stroom & gazomaardoor, de 2 Vangt de 4 in een 1-regelige ménage à trois je zou bij minder simplisme Beginnen te lamenteren. Niks rust, nooit iets tevreden, altijd dat gehate enjambe- Ment. Wist u het al? Wat? Migravit Juda… Och zwijg toch man, doe dodo die jeremiade, & daar heb je X-man de leeuw al, het Zijn als navelstreng tussen de tanden geklemd Tot hij zichzelve abusievelijk vermombakkest bij straffere kersttaartkersopplaksels. Sjade. [& zo i-zangt de zanger, het peil der voorbijgangers inmiddels naar behoren verzorgende:] Alma Mater Alma redemptoris mater quae pervia coeli Porta manes, et stella maris, succurre cadenti, surgere, Qui curat , populo [untsoweiter] […]
23-12-2006, 21:25:20 dv
|